Welkom
Welkom bij de weblog van Jos Dings. Ik ben fractievoorzitter voor de PvdA in de gemeente Beemster. In deze weblog wil ik ingaan op actuele zaken die spelen in Beemster of in de landelijke en/of regionale politiek. (februari 2010)
Beemster heeft behoud door ontwikkeling hard nodig
Mevrouw Ernsting breekt in de Binnendijks van 4/5 april 2009 de staf over het ruimtelijk beleid van de gemeente Beemster. Dat doet ze niet voor het eerst, maar de vraag is of ze ook gelijk heeft. Dat betwist ik met nadruk. Zij schetst een somber beeld over de teloorgang van het mooie Beemster Erfgoed sinds de aanwijzing tot Werelderfgoed in 1999, nu 10 jaar geleden en noemt daarbij een aantal voorbeelden.
De overheid (rijk, provincie en gemeente) kiezen o.a. via de nota Belvedère voor het begrip Behoud door ontwikkeling. Dat begrip is ook het leidende begrip van de Unesco. Wat de gemeente dus doet is met zoveel woorden rijksbeleid uitvoeren door dat te vertalen naar Beemster maatstaven. Dat is beleid waar je ook niet zomaar aan kan onttrekken omdat het als het ware achtergrondinformatie vormt voor het ruimtelijk beleid. Ook in het beleid voor de jaren negentig heeft dit gegolden, omdat er in de Beemster natuurlijk voortdurend gebouwd en verbouwd is: gelukkig maar, want anders was het hier de dood in de pot.
De voorbeelden
-De gemeenteraad heeft ook al vanaf 1993 eenstemmig ingezet op woningbouw in Zuidoostbeemster, nadat de nieuwbouw in Middenbeemster tijdelijk zijn afronding had gevonden in het derde kwadrant. Door dat wij op het gebied van woningbouw en volkshuisvesting samenwerken met omliggende gemeenten en onderdeel uitmaken van de metropoolregio Amsterdam hebben we als Waterlandse gemeenten een gezamenlijke woningbouw opgave: Waterlands Wonen. Gelukkig geen eigen volk eerst benadering maar een gezonde mengvorm van bouwen voor de eigen bevolking en voor de regionale behoefte. Als PvdA hebben we wel grote aarzelingen bij de bouw van 450 woningen buiten de rode contour, die vanaf 2018 plaats gaat vinden, maar we staan vierkant achter het project voor de eerste 750 woningen (inclusief een woon-zorgcomplex)
-Doordat er in Middenbeemster is gebouwd bestaan er in deze kern nog winkels en dat geeft vitaliteit.
-Er hebben zich altijd bedrijven bevonden in de Nekkerzoom en die zijn onder het lopende bestemmingsplan 1971 uitgebreid door toepassing van wettelijke wijzigingsmogelijkheden. Ook kassen zijn in die periode steeds groter geworden. Die kassen zullen binnen 10 jaar vermoedelijk verdwijnen omdat ze te klein van schaal zijn tegenover een nieuw concentratiegebied in Westfriesland. Het gaat om circa 10 hectare gebied dat vervolgens in ontwikkeling moet worden genomen: hoe? Daar heeft de gemeente nu het project Nekkerzoom voor ontwikkeld waar bewoners nadrukkelijk bij zijn betrokken. Het verplaatsen van bedrijven uit dit gebied is voorlopig geen haalbare optie omdat geen enkele overheid daar geld voor over heeft, maar soms maken bedrijven of hun markten eigen ontwikkelingen door die ruimtelijke veranderingen mogelijk maken. Dat betekent dat we goed moeten nadenken over de toekomst van het gebied en niet met onhaalbare voorstellen moeten komen om bedrijven te verplaatsen. Dat kan alleen in bovenregionaal verband, maar zoals gezegd daar heeft niemand middelen voor over.
-De Cono is een gezond bedrijf dat een sterke expansie kent. Het blijft weliswaar een kleine speler op de wereldmarkt, maar Beemsterkaas is als product ruim bekender dan Beemster als werelderfgoed. De plannen van de Cono zijn inderdaad zeer omvangrijk. Dat betekent dat er goed naar gekeken moet worden. Dat gebeurt ook doordat ook de rijksadviseurs voor architectuur, erfgoed en cultuurhistorie zich hier mee bezig houden. Een van de dilemma’s die zich hier voor doen heeft te maken met een keuze voor het open landschap of werkgelegenheid. Voor de PvdA met het woord arbeid in de naam is dat niet een gemakkelijke keuze.
-De eerste uitbreiding van de Cono is zeer zorgvuldig begeleid door gemeente, provincie en de milieufederatie. Het heeft ook geleid tot het Project des Beemsters. Als PvdA hebben we dat project altijd omarmt en dat zullen we blijven doen omdat het goede kansen biedt om de ruimtelijke ontwikkeling van Beemster op een kwalitatief voortreffelijke manier te sturen: inderdaad behoud door ontwikkeling.
-Het zorgcentrum heeft veel discussie opgeleverd door zijn moderne architectuur. De PvdA heeft bij de besluitvorming rondoom de welstandsnota altijs consequent bepleit dat er bij de vormgeving van de Beemster ook ruimte moet zijn voor moderne architectuur. Zijn we dan tevreden met het resultaat? Wel waar het een meer volledig zorgvoorzieningpakket voor het dorp Middenbeemster betreft, niet per sé wat betreft het uiterlijk van het gebouw. Vooral het zuidelijk aanzicht detoneert, maar dat geldt voor meer gebouwen in de omgeving. Het ontgaat mij waarom er in de omgeving van de kerk niet een gebouw van maximaal drie verdiepingen gebouwd zou mogen worden, dat heeft ook met gewijzigde inzichten over de hoogte van gebouwen te maken.
-De verplaatsing van de werf van het Hoogheemraadschap is nog niet aan de gemeenteraad voorgelegd, dus daar heb ik nu geen informatie over.
Mevrouw Ernsting bedrijft toch wel demagogie als ze stelt dat in de raad het ene na het andere bestemmingsplan wordt vastgesteld en dat de tribune daardoor bevolkt zou worden door grondmakelaars. De raad heeft recentelijk twee grotere bestemmingsplannen vastgesteld voor Zuidoostbeemster 1 en voor het vierde kwadrant. De raad moet nog het bestemmingsplan voor het buitengebied vaststellen in het najaar. Die bestemmingsplannen zijn hard nodig, want als we die niet maken, dan rekent de rijksoverheid en de provincie ons daar keihard op af. Overigens is het wel zo dat vertegenwoordigers van de oude Beemster grondadel zich regelmatig op de tribune laten zien, maar ook zij zijn burgers van Beemster. Grote projectontwikkelaars hebben in de huidige crisistijd wel andere dingen aan hun hoofd, dan de raad van Beemster bij te wonen.
Klinkende nonsens is dat Beemster voor de gewone burger gewoon op slot zit. Mevrouw Ernsting leest zich een slag in de rondte maar heeft kennelijk niet door dat de gemeente Beemster gebonden is aan rijks- en provinciale regelgeving. Dat betekent dat een zeer zorgvuldige afweging gemaakt moet worden of een tweede bedrijfswoning wel kan. Toch worden die wel met een zekere regelmaat gebouwd. Vooral het risico dat een verkapte burgerwoning wordt gebouwd, die vervolgens bij vervreemding de boer of zijn opvolger last bezorgd is een reden om hier goed over na te denken. Verder is het verrassend hoe inventief Beemsterlingen zijn bij het splitsen van optrekjes, zoals onlangs nog bleek in de raad.
Mevrouw Ernsting roept op om de huidige generatie politici te vervangen, door lid te worden van een politieke partij. Zij is van harte welkom in de PvdA, maar de PvdA is een democratische partij, waar de leden de dienst uitmaken. De PvdA is geen actiegroep of het verlengstuk daarvan. Die PvdA in Beemster laat zich primair leiden door sociaaldemocratische uitgangspunten en komt op voor de zwakken in de samenleving. Dat is vooral in een tijd van economische crisis van belang. In de politiek gaat het verder om te komen tot een goede belangenafweging van harde waarden (economie, duurzaamheid) en zachte waarden (welzijn, cultuur, landschap). Daar is geen eendimensionale oplossing voor. Over die kansen en bedreigingen ga ik graag met mevrouw Ernsting en anderen, in en buiten de PvdA in debat. Het is overigens mijn overtuiging dat het bestuur van Beemster zijn uiterste best doet, om Beemster te verfraaien. Des Beemsters is daarbij een belangrijk instrument. Maar behoud door ontwikkeling blijft de belangrijkste filosofie.
Jos Dings, Middenbeemster 7 april 2009
Stadsgemeente geen alternatief(19-02- 2009).
Onderstaande reactie heb ik op 19 februari 2009 geplaatst op de site van Binnenlands Bestuur in reactie op een column van Prof Elzinga. Deze bepleit daarin een stadgemeente met beperkte autonomie als onderdeel van een regiogemeente. Ik zie niet zo veel heil in zo’n constructie.
Ogenschijnlijk zitten er wel een aantal aantrekkelijke kanten aan het voorstel van de heer Elzinga. Met name dat een deel van de autonomie van de oude gemeente op deelgemeente niveau terugkomt en de optie van behoud van een serviceorganisatie. Ik denk evenwel dat het een illusie is om te denken dat de politieke gemeenschap van de deelgemeente intact blijft. Die wordt onthoofd, omdat diegenen die belangstelling hebben voor de lokale politiek die belangstelling natuurlijk vorm geven op het centrale niveau van de centrumgemeente. Daar vallen uiteindelijk de belangrijkste beslissingen. Uit oogpunt van kostenallocatie verwacht ik verder niet dat een lokaal servicecentrum een lang leven beschoren is, mede ook door de voortgaande digitalisering van de dienstverlening.
Als ik naar de eigen gemeente Beemster kijk, dan denk ik dat samenvoeging met Purmerend er toe leidt dat diegenen die actief zijn in landelijke partijen hun ambitie dan in Purmerend uitleven, terwijl voor de grote lokale partij geldt, dat ze in elk geval zal proberen twee of drie zetels in de raad van Purmerend te verwerven. Toegegeven, de raad van Purmerend kan wel een kwaliteitsimpuls gebruiken.
Zoals bekend verzet mijn gemeentebestuur zich met hand en tand tegen een samenvoeging met de gemeenten Graft-de Rijp, Schermer en Zeevang, zoals ook onlangs bleek uit een brief van de drie wethouders in dit blad. Ik vind die opstelling verkrampt, ook al is er voor Beemster misschien geen directe urgentie om op korte termijn te fuseren. Wel denk ik dat uiteindelijk schaalvergroting door fusie onvermijdelijk is. Daarbij is een samenvoeging van plattelandsgemeenten in dit gebied tussen Purmerend, Zaanstad en Alkmaar uiteindelijk te verkiezen boven het door Elzinga geschetste model. In zo’n plattelandsgemeente lijkt mij dat de politieke gemeenschap of infrastructuur beter gewaarborgd is dan middels een stadsgemeente. Over de precieze samenstelling van zo’n plattelandsgemeente zou ik op dit moment geen definitieve uitspraken willen doen. In zo’n model zou ook naar de positie van de gemeenten Wormerland en Oostzaan of zelfs Koggenland gekeken kunnen worden. Dit is een persoonlijk standpunt.
Beemster, geen status aparte
In het VNG Magazine 13/14 van 1 juni 2007 is een dubbelinterview opgenomen met de burgemeesters van Graft-De Rijp en Beemster, Ria Oosterop en Harry Brinkman. Het onderwerp is de mislukte samenwerking tussen Graft-De Rijp, Beemster, Schermer en Zeevang. Vooral het standpunt van burgemeester Brinkman vraagt om een reactie. Vooropgesteld, de burgemeester vertegenwoordigt grosso modo het meerderheidsstandpunt van de raad, zoals dat hoort voor de voorzitter van de raad. De PvdA-fractie heeft evenwel in het dossier van de mislukte samenwerking een afwijkend standpunt ingenomen. Dat zal ik in deze reactie als vertrekpunt nemen.
Samenvattend komt het standpunt van Brinkman er op neer, dat als hij burgemeester was geweest ten tijde van de start, dit onlogische model niet zou zijn gekozen en dat Beemster meer baat heeft bij samenwerking binnen de regio Waterland en de Stadsregio. Schaalvergroting is niet nodig en de bestuurskracht van de gemeente is goed en is via internet gemakkelijk op peil te houden.
Ik deel dit standpunt niet. Besturen in Nederland gaat van au. Het is niet goed of het deugt niet. De rapporten buitelen over elkaar heen. Het rapport Kok bepleitte een Randstadprovincie, maar dit is onhaalbaar gebleken, ook al wordt er gewerkt aan een urgentieprogramma. Het rapport Bovens bepleitte een differentiatie tussen gemeenten, maar dit rapport wordt door het rapport Van Aartsen weer op de mestvaalt van de geschiedenis gedumpt( Bovens not amused). Dit laatste rapport bepleit sterke gemeenten, die als eerste overheid een omvangrijk eigen belastinggebied moeten hebben en daaraan gepaard een grote eigen beleidsruimte: voorwaarde is wel dat opschaling vereist is. Dit is weer niet het officiële standpunt van de huidige regering: dat kiest voor de schaalvergroting van onderop, maar past wonderwel in het GS-programma voor Noord-Holland (‘Krachtig in Balans’), dat gemeenten die niet willen nadenken over schaalvergroting graag een handje wil helpen. Wie het in deze bestuurlijke beleidsspaghetti weet mag het zeggen.
Terug naar Brinkman en de dappere raad van Beemster, die onversaagd lijkt te kiezen voor wat steeds meer een bestuurlijk achterhoedegevecht lijkt. Brinkman bepleit samenwerking o.a. in ISW(intergemeentelijk samenwerkingsverband Waterland)-verband. Mijns inziens heeft dat orgaan na de doorgevoerde reorganisatie eigenlijk nauwelijks bestaansrecht meer en al helemaal geen democratische legitimatie. Van Aartsen maakt daar korte metten mee: opheffen al die Wet gemeenschappelijke regelingen-situaties, want je kiest voor sterke gemeenten of je kiest niet. Dan samenwerking in Stadsregio-verband. Dat spreekt me persoonlijk meer aan, omdat dit orgaan nog over enige democratische, zij het getrapte legitimatie beschikt. Bovendien doet de Stadsregio, bijvoorbeeld als vervoersautoriteit nog dingen die er toe doen. Ook hier staan de seinen evenwel op rood. Het rapport-Kok pleit voor opheffing van de WGR+-regelingen. Brinkman’s CDA-partijgenoot en gedeputeerde Jaap Bond gaat als Cato tekeer tegen de vermaledijde Stadsregio en de huidige bestuurspraktijk van de provincie leunt sterk op dat standpunt, zoals bij de uitwerking van een structuurvisie conform de nieuwe wet RO zal blijken. En dan nog, wat is een regio: Beemster maakt ook deel uit van het nationaal landschap Laag-Holland. Deze dubieuze bestuursconstructie, waartoe de vier voormalig samenwerkende gemeenten behoorden, maar niet Purmerend, moet de ontwikkeling van het landschap in de gaten houden, maar houdt voorlopig alleen zich zelf bezig. Toch ben ik van mening dat de noordelijke kern van het nationaal landschap geografisch, sociaal-economisch en ook bestuurlijk een sterke samenhang vertoont, zoals dat ook geld voor de rijksbufferzone ten zuiden van het Noord-Hollands kanaal. In dat opzicht deel ik het standpunt van De Rijp.
Brinkman‘s standpunt inzake bestuurskracht gaat ook voorbij aan de werkelijkheid. Ja natuurlijk: de cijfers zijn zwart, de rekening krijgt het stempel van de toezichthouders en zo op het oog gaat heel veel behoorlijk en zijn de burgers heel tevreden. Toch is dat niet voldoende. Het vormgeven van ambities, het realiseren van bouwprojecten, de vele nieuwe taken die het rijk decentraliseert, leiden er toe dat zich al geleidelijk een praktijk van A- en B-gemeentes conform het rapport Bovens voordoet. Dat scenario dreigt ook voor Beemster. Het betekent dat je voortdurend je hand moet ophouden bij gemeenten om je heen of bij de Stadsregio en dat moet je niet willen als verantwoordelijk bestuurder of politicus.
Anders dan Van Aartsen geloof ik niet in gemeenten als het eerste en enige overheidsportaal. Voor veel zaken die de burger direct aangaan is dat wel zo, maar goed bestuur vraagt ook om een centrale overheid die zijn werk goed doet en doorzettingsmacht heeft. Het gaat om goed samenspel tussen rijk, provincie en gemeente en niet om het elkaar vliegen afvangen. Provincies zijn niet de boeman van de gemeenten, maar ze moeten zich ook niet zo opstellen: dat heeft niets met bestuurskracht van doen.
Waar sta ik dan zelf? Ik denk dat uiteindelijk de keuze voor sterkere gemeenten een goede is, maar een keuze die onvermijdelijk leidt tot schaalvergroting, ook voor Beemster. Dat de lokale BPP en feitelijk ook het college van Beemster pleiten voor een ‘status aparte’ acht ik dan ook gespeend van werkelijkheidszin: het lijkt iets te veel op dat dappere dorpje in Normandië dat de Romeinen zo lang partij gaf. Schaalvergroting is niet een proces dat je even doet. Het gaat ook niet om ad hoc-allianties, want dat leidt alleen maar tot meer bestuursdruk. Voorwaarde is eigenlijk dat er eerst gekeken wordt naar het op afstand zetten van de ambtelijke organisaties in een gedeeld dienstencentrum, waarna geleidelijk de geesten rijp gemaakt worden voor verdergaande samenwerking. Dat model hadden de vier gemeenten in handen en het is gelukkig nog niet helemaal weg. Beemster hoeft dus niet op stel en sprong zijn zelfstandigheid op te geven, maar ik denk dat dat tussen nu en 2018 onvermijdelijk is.
Jos Dings, 19 juni 2007
Fractie-voorzitter PvdA Beemster
(dit is een persoonlijke visie)
22 meter is een tikkeltje te hoog, Amigo
Op 11 juli is er door de gemeente Beemster in samenwerking met de Gouden Regen Groep, waarin o.a. zorgcirkel Waterland, KBK, Hein Schilder Bouw en Ymere zijn verenigd een presentatie gegeven over de bouw van een zorgcomplex op het voormalige zwembadcomplex “de Wilgenhoekâ€. De avond werd geleid door wethouder Hefting. Achtereenvolgens werden de omwonenden van het Noorderpad vergast op een weinig inspirerend verhaal van een Zorgbureaucraat, het verhaal van de door Beemster ingehuurde stedebouwkundige, Wim Snelders en een bevlogen verhaal van mevrouw Christiansen, namens de vier betrokken architectenbureaus. Uit dit laatste verhaal kwam naar voren dat er sinds de presentatie een week daarvoor aan de leden van de raad, nog een quantumsprong in de ontwikkeling van het ontwerp was gemaakt. Van 6 gingen we naar 7 verdiepingen.
Waar gaat het om. De Gouden Regen Groep heeft van de gemeente Purmerend het Wilgenhoek-terrein verworven. Purmerend trad op als liquidator van de zwembadstichting. Het doel is om een woon-zorgcomplex te realiseren van 210 woningen, met een onderverdeling van 24 woningen voor dementerende ouderen, 40 woningen voor zorgafhankelijke ouderen en 146 woningen voor actieve 55+-ers. Op het oog een prachtig plan, dat alle steun verdient. De PvdA staat dus achter de uitgangspunten van dit plan. Bij de uitwerking van dit plan zou rekening worden gehouden met een aantal stedebouwkundige uitgangspunten, waarbij met name leentjebuur wordt gespeeld bij wat inmiddels het regime van de culturele planologie is. Het moet lijken op de zoals er in de Beemster gebouwd werd, hoe het grid in elkaar zit en het grondvlak van de Beemster: de Beemster maat. Persoonlijk geloof ik niet aan zoiets als de Beemster maat: het is pure ideologie, dus enige reserve op zijn plaats. Waar ik wel aan hecht is verantwoord bouwen waarbij zoveel mogelijk met verstandige ruimtelijke uitgangspunten kwalitatief hoogwaardige woningbouw wordt gerealiseerd, zonder dat dit een knellend keurslijf wordt.
Tijdens de heftige discussie die volgde is er door veel bewoners bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de zeven verdiepingen. Het werd zelfs stedebouwkundig vandalisme genoemd. Dat nu vind ik schromelijk overdreven. Ik ben persoonlijk niet tegen hoogbouw waar dat kan: de CONO levert een prachtig voorbeeld hoe dat kan, de watertoren in Kwadijk is ook prachtig. Dus wat mij betreft geen verbod op nadenken over hoogbouw( en ook niet tegen hoogbouw in het werelderfgoed). Toch ben ik niet overtuigd van die 7 verdiepingen en de daarmee corresponderende 22 meter hoog. De argumenten, die de wethouder een week later ook in het dagblad Waterland liet optekenen, zijn gezocht. Onder andere worden de twee torens geprojecteerd tegen de woontoren aan de andere kant van de dijk, die wel 35 meter hoog is. Afgezet tegen deze lelijke betoncontraptie en zijn broertjes langs de dijk wordt alles mooi. Het zijn koopappartementen, daar in Purmerend, maar dit soort flats heeft ook niet het eeuwige leven en als deze flat ooit gesloopt wordt, wat geenszins denkbeeldig is, mis je je “referentiepuntâ€. Ook het gegeven dat het gaat om twee slanke torens in plaats van een wat meer plomp model van 6 verdiepingen vermag niet te overtuigen. Als ik de skyline van het Italiaanse stadje San Giminiano voor ogen heb, dan zijn slanke torens prachtig, maar in zijn uniciteit geldt dat niet zonder meer voor de nu geplande toren van zeven hoog. Bij het model wordt tamelijk eclectisch gebruik gemaakt van het slanke herenhuis Rustenhoven: inderdaad een plaatje. Ook met als onderbouwing dat er vroeger in de Beemster ook hoog en stads gebouwd werd. Maar ik vraag me af of je dit model zomaar met 4 à 5 extra woonlagen kan verrijken, zonder dat je een wangedrocht krijgt.
Dit zijn zo maar voor de vuist weg een aantal esthetische bezwaren. Daarnaast vraag ik me af wat nut- en noodzaak van die 7 verdiepingen zijn. Als je kiest voor 7 verdiepingen, dan moet er ook vanuit de functionaliteit van het gebouw een dringende noodzaak zijn om zo hoog te bouwen. Die reden zie ik niet.
Wat dan wel? Ik kan me zelf wel voorstellen, ook in aansluiting op mijn bovenstaande opvattingen, dat de raad uiteindelijk in kan stemmen met een hoogte van vijf verdiepingen. Ik zou dat ook binnen de PvdA wel willen bepleiten. Daardoor is het mogelijk een samenhangend project te maken, dat inpasbaar is in de omgeving. De bezwaren van de massaliteit kunnen dan ook enigszins worden verzacht, ook al kunnen ze vermoedelijk niet geheel worden weggenomen, maar we zijn als raad ook aangesteld om besluiten te nemen.
Samenhang is in dit verband wel een sleutelbegrip. Zoals bekend mag Beemster een aanzienlijke woningbouwopgave vervullen. Dat gebeurt vooral in Zuidoostbeemster. Dan is wel vereist dat er onder de bevolking van Zuidoostbeemster een breed draagvlak ontstaat en dat plannen ook een juiste presentatie krijgen. Dat is hier jammer genoeg nog niet het geval geweest. De plannen voor het Wilgenhoekterrein zijn naar voren gehaald en zijn naar omwonenden, maar ook naar andere Beemsterlingen gebrekkig gepresenteerd. Dat is iets wat zowel de gemeente als de projectontwikkelaars zich moeten aantrekken. Als PvdA-politicus ben ik er trots op dat we in het kader van de streekplanuitwerking ‘Waterlands Wonen’ een aanzienlijke woningbouwopgave hebben. Daar moeten we verantwoord mee omgaan en het breedst mogelijk draagvlak zoeken. We moeten ons daarbij niet enghartig en benauwd opstellen, maar ook oog hebben voor innovatiemogelijkheden. In dat kader vind ik het onbegrijpelijk, dat het college de deur dicht gooit voor een project van geluidswalwoningen langs de snelweg en daarbij helaas gesteund wordt door de conservatieve raadsmeerderheid.
Het is overigens wel een positief punt dat de raad samen met het college, nu er gebouwd mag worden, de uitgangspunten van het bouwbeleid van de gemeente Beemster nog een goed ijken. Dit vindt in het najaar plaats. Het is van belang dat dit met een zo groot mogelijke openheid gebeurt.
Jos Dings, 15 augustus 2006
reactie op coalitieakkoord
Inhoudsloos, visieloos, ambitieloos
Het coalitieakkoord tussen BPP, VVD en CDA is ronduit teleurstellend.
Afgelopen donderdag heeft Nico de Lange namens de BPP, de VVD en het CDA het tussen deze partijen bereikte coalitie-akkoord kort in de raad gepresenteerd. Het heet een programma op hoofdlijnen te zijn. Wel is het bindend voor de deelnemende partijen.
De PvdA wordt uitgenodigd op basis van dit programma constructief samen te werken.
De PvdA is teleurgesteld over de inhoud van het coalitie-akkoord. Het akkoord is inhoudelijk mager, het ontbeert een visie op relevante zaken in de Beemster en het vertoont een duidelijk tekort aan ambitie. Het programma is bovendien sterk gericht op de afnemende groep van boeren in de Beemster. De Beemster verdient kortom beter. De PvdA heeft gezegd dat ze de coalitie zakelijk tegemoet zal treden. Dat wil de PvdA wel, maar de vraag is hoe dit document zakelijk te beoordelen. De partijen willen de zaken pragmatisch en met gevoel voor gemeenschapszin aanpakken. Dat uitgangspunt kan de PvdA op zich zelf nog wel onderschrijven, maar het komt er op neer dat er vooral naar de ideeën- en daadkracht van het college moet worden gekeken, in de hoop dat die daar aanwezig zijn, want als kaderstellend document stelt het coalitie-akkoord niets voor.
De partijen willen op lokale schaal dereguleren. Hoe ze het dan verzinnen om voor stolpen een uitsluitende woonbestemming vast te willen leggen is onbegrijpelijk. Dit standpunt blijft bijvoorbeeld ver achter bij het provinciale beleid en is daar eigenlijk mee in strijd.
De PvdA had in zijn programma veel aandacht besteed aan burgerparticipatie. Dat willen de coalitiepartijen ook: daar komen we dan wel uit, maar het ware wenselijk geweest als daar wat meer concrete handvatten waren geleverd, die ook een kader aan het college hadden meegegeven.
De partijen spreken zich uit voor verdergaande samenwerking met Graft-de Rijp, Schermer en Zeevang, weliswaar onder de absolute voorwaarde van vermindering of wegneming van kwetsbaarheid. Ik denk dat dat inmiddels een gepasseerd station is. Het lijkt te veel op trekken aan een dood paard en dat kost te veel bestuurskracht en de opbrengst is ongewis. Het is daarom raadzaam niet verder te investeren in die samenwerking en die te beperken tot de bestaande zaken, eventueel aangevuld met de WMO.
De paragraaf Openbare Orde is teveel gericht op de problematiek van de hangjeugd. Er is geen notie van wat openbare orde in onze risico-samenleving en voor de veiligheidsregio, waar Beemster deel van uit maakt betekent. Dit wordt in zijn geheel op het bord van de portefeuillehouder gelegd.
De verkeersparagraaf is het belangrijkste onderdeel van het akkoord. Die paragraaf valt op door detaillering en algemeenheid. Wat gemist wordt is een circulatieplan voor zowel Middenbeemster als Zuidoostbeemster. Door de grootschalige nieuwbouw die is voorzien zijn verkeersmaatregelen nodig en flankerende maatregelen rond de scholen bijvoorbeeld. De vele onderzoeken die worden gevraagd kennen geen prioritering of termijnstelling en geven geen financiële kaders of beperkingen aan.
Het tot nu toe gevoerde beleid op het gebied van woningbouw is zeker succesvol geweest. De vraag is evenwel of niet een aantal accenten anders moeten. Bijvoorbeeld zouden partijen iets moeten zeggen over het opzetten van een fonds voor starters (zogeheten koopzeker-regelingen). De gemeente heeft die regelingen nu niet. Door geen faciliteiten te bieden, wordt het hoogst onzeker of er wel voor starters gebouw kan worden en dan is de 30-40-30-formule een loze belofte. Verwacht had mogen worden dat de partijen ook iets over (voor of tegen) het project geluidswalwoningen in Zuidoostbeemster zouden zeggen. Dit ICT-project biedt nog kans op circa 100 woningen extra in Zuidoostbeemster. Ook in zijn algemeenheid is passen op de winkel bij de woningbouw te kort door de bocht. De gemeente mag de komende jaren bijna 1500 woningen bouwen. Dat betekent een stijging van 40% van woningvoorraad. Hoe denkt men dit te doen, in welk tempo en bij welke voorzieningen.
Het akkoord is ook onnodig vaag over Middenbeemster. De coalitie bedoeld waarschijnlijk met de mistige formulering dat men ruimte wil houden voor 400 woningen. Kom daar dan voor uit. Dat geeft ambitie aan.
Die ambitie ontbreekt ook bij de landbouwparagraaf. Alles moet blijven zoals het is, lijkt het conservatieve motto. Niets over schaalvergroting en verbreding, terwijl dat de thema’s zijn
die nu spelen. Ook niets over de mogelijkheden om via Stivas- of ILG-regelingen beleid te maken en door landruil de positie van de overblijvende boeren bijvoorbeeld te versterken.
Beemster is werelderfgoed, maar de cultuurparagraaf van de coalitie lijkt dit gegeven niet te kennen. De vraag is ook of de opvatting over muziekonderwijs wel enige werkelijkheidswaarde heeft.
De PvdA kan zich vinden in de uitgangspunten op financieel gebied, maar vraagt zich af waarom er niets over het gebruik van reserves wordt gezegd, omdat met name bij het uitruilen van nieuw voor oud beleid je wel eens in eigen vlees kan snijden, als je niet van alle beschikbare middelen uitgaat. Hoewel de betekenis van een schommelfonds WMO niet geheel duidelijk is, staat de PvdA wel sympathiek tegenover dit idee.
Wat opvalt is dat veel zaken in dit akkoord ontbreken:
- er staat niets in over het voorzieningenniveau in Middenbeemster en het behoud daarvan.
- economisch beleid ontbreekt ook, hetgeen toch opvallend is met de VVD in het college. Alle partijen hadden immers in hun programma’s warme woorden over bedrijvigheid.
- Toerisme en recreatie ontbreken.
- Sociaal beleid ontbreekt.
- Sportbeleid ontbreekt.
- Niets wordt er gezegd over de vitaliteit van het verenigingsleven en hoe dat te behouden, tenzij het allemaal gaat om bestaand beleid. Dan heeft de uitgaande coalitie het in de ogen van de BPP kennelijk wel erg goed gedaan.
Met moeite kan ik in dit akkoord kaders vinden voor het nieuwe college. Het college kan als het zijn opdracht beperkt opvat reeds nu op zijn lauweren gaan rusten. Is dat de bedoeling. Het lijkt me niet.
Het ziet er dus naar uit dat de oppositie de PvdA eruit moet gaan bestaan de gaten in het coalitieakkoord op te vullen en bij voortduring passende initiatieven te nemen. Die rol past ons wel als bestuurspartij.
10 april 2006
Zie de bijdragen over de onderhandelingen, de verkiezingsuitslag, Beemster Ruiters, Doets en de verkiezingsdebatten in Westbeemster en het Heerenhuis ,waterlands wonen 2 en gemeentelijke samenwerking onder Algemeen