Standpunten
Tussenbalans: PvdA Beemster twee jaar in oppositie
Verslag van de fractie(voorzitter)
Het afgelopen jaar zijn er in de lokale politiek van Beemster weer belangrijke beslissingen in gang gezet. Als oppositiepartij hebben we daarbij onze bijdrage geleverd aan het beleid, door op een zakelijke en pragmatische manier onze rol in te vullen. De fractie is meer als team gaan fungeren. De dossiers zijn goed bezet. Ik zal op een aantal thema’s ingaan die het afgelopen jaar hebben gespeeld en blijven spelen. Dit zijn: Ambitie en bestuurskracht, woningbouw, Bestemmingsplan Buitengebied en des Beemsters, economie en toerisme en WMO.
Ambitie en bestuurskracht.
In mijn vorige verslag was ik niet bijzonder lovend over het college. Tijdens de algemene beschouwingen in oktober 2007 heb ik namens de PvdA vooral ingezet op een gebrek aan ambitie. Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat er vooral op de winkel wordt gepast. Plannen die in het vorige college zijn ingezet worden nu uitgevoerd, maar soms wel erg traag. Die traagheid is voor een deel onvermijdelijk, omdat processen als een bestemmingsplan nu eenmaal tijd kosten. Maar we stuiten ook op problemen die samenhangen met de kleine schaal van de gemeente. Door capaciteitsproblemen vangt de bouw van het vierde kwadrant pas aan in 2014, maar dit kan gemakkelijk nog later worden. Dat vinden wij onwenselijk.
Toegegeven, op de capaciteit van het bestuursapparaat wordt een zware wissel getrokken. Door een doorgeslagen decentralisatietendens komen er steeds meer taken op gemeenten af. De VNG bevordert dit proces ook nog door hiep hoi-nota’s als “de gemeente als eerste bestuurâ€, zonder zich voldoende rekenschap te geven van de belasting die dit voor kleine gemeenten betekent, tenzij uiteraard de achterliggende strategie samenvoeging van gemeenten is: dat lijkt het geval.
Samenvoeging van kleine gemeenten blijft ook de komende jaren een actueel thema. Het voornemen van Graft-de Rijp en Schermer om te fuseren tot een gemeente in 2011 geeft dat aan. Zeevang is te klein en wil ook samengaan, maar alleen als Beemster meedoet.. Een bedreiging die steeds groter wordt is de actieve opstelling van de provincie om tot fusie te komen. In een polemiek met burgemeester Brinkman in het VNG-blad heb ik de verwachting uitgesproken dat op een termijn van 10 jaar een fusie vermoedelijk onvermijdelijk is, ook al is dat niet mijn droombeeld. Het is daarom een goede zaak dat de gemeente een breed samengestelde commissie heeft ingesteld die de kwaliteit van het gemeentelijk beleid en apparaat toetst. Een veel voorkomend model scoort gemeenten naar strategisch, tactisch en operationeel vermogen. Met dit model is de afgelopen jaren de hele provincie Limburg heringedeeld Zet ik dit model af op Beemster, dan scoort Beemster redelijk goed en lijkt zich geen onmiddellijke noodzaak voor fusie voor te doen. Een belangrijk instrument daarbij is Des Beemsters, maar ook de rol die gespeeld wordt in de Stadsregio. Dat wijst op wel aanwezige bestuurskracht en dat is een goed ding. Maar soms is de werkelijkheid grimmiger en dan gaat het niet aan om krampachtig aan de eigen autonomie vast te houden. De werelderfgoedstatus biedt ook tegen opschaling geen blijvende bescherming, ook al zal het tijdelijk wel werken.
Een tweede belastende omstandigheid is dat Beemster, net als andere gemeenten wordt overstelpt met beleid. Dat is vooral goed te zien bij de bestemmingsplannen voor het buitengebied en de woningbouwplannen. Daarnaast zijn er hele(provincie) of halve (laag Holland) bestuurslagen die zich met de inhoud van plannen bemoeien. Dat kost bestuurstijd en bestuurskracht en vergt van de gemeente dat zij een uiterste inspanning moet doen om de regie over de eigen plannen te behouden. Valt dat vermogen om te regisseren weg, dan is het ook snel met de zelfstandigheid gedaan.
Woningbouw
Beemster heeft een zeer ambitieus woningbouwprogramma, dat in de huidige streekplanperiode 1600 woningen bedraagt. In het concept-bestemmingplan voor het vierde kwadrant zit nog een reservecapaciteit van circa 300 woningen opgenomen als appel voor de dorst vanaf 2020. Wij staan onverkort achter die woningbouwplannen. Het zijn ook onze plannen: Jan Oelen heeft daar zijn uiterste best voor gedaan. In Zuidoostbeemster bundelt zich verzet tegen die plannen. Dat mag, tegenspraak brengt ons verder. De tegenstanders stellen zich op het standpunt dat de provinciale plannen en Waterlands Wonen niet voorzien in de bouw van 1200 woningen in Zuidoostbeemster. Het bestuursakkoord tussen de provincie en de Waterlandse gemeenten voorziet daar echter wel in. Het ministerie heeft onlangs laten weten dat een deel van het programma niet uitgevoerd mag worden. Dat heeft evenwel betrekking op de groene bufferzone tussen Purmerend en Amsterdam. Waterlands wonen gaat verder uit van bouwen voor de regionale behoefte in Waterland; ook daaraan draagt het plan “de Nieuwe Tuinderij†bij. Het gaat om veel woningen, dat is zeker. Dat vraagt om een zorgvuldige invoeringsstrategie en aandacht voor de beeldkwaliteit en cultuurhistorie. Een belangrijke ontwikkeling is dat de gemeente de aanvankelijke schroom voor communicatie met de burgers heeft afgelegd. Dat is winst en op dat vlak is ontegenzeggelijk sprake van ambitie. Door de bouw verdubbelt het dorp Zuidoostbeemster qua inwonertal. Dat vraagt om beleid en participatie van burgers. In dit verband zou het goed zijn als er een dorpsraad in Zuidoostbeemster zou ontstaan. Het college zou in dit verband ook kunnen kiezen voor een coördinerend wethouder.
Een belangrijke recente ontwikkeling is dat de verkeersproblematiek in Zuidoostbeemster verlicht kan worden door een bestuursconvenant over de aantakking van de Purmerenderweg aan de (verbrede) N244. Hieruit blijkt overigens wel het belang van een goed functionerende stadsregio.
Door zwakke ambtelijke aansturing is het woningbouwprogramma in het derde kwadrant van Middenbeemster ernstig vertraagd. Dat dreigde bij de Wet voorkeursrecht gemeenten ook bij het vierde kwadrant te gebeuren, maar dat risico is afgewend en er ligt nu een toereikend concept-bestemmingsplan, zodat woningbouw hier mogelijk is. Dat dit soort incidenten zich voordoet duidt er op dat de interne organisatie van het gemeentelijk apparaat niet optimaal is. Vooral door de externe druk, is dit een ernstig bedrijfsrisico.
Bestemmingsplan Buitengebied.
Zoals bekend is het oude bestemmingsplan van 1994 verouderd. Er is dus dringend behoefte aan een nieuw plan. Dat is al weer enkele jaren in voorbereiding. Beemster is nog steeds een zeer goed landbouwgebied. Door ontwikkelingen op de wereldmarkt stijgen de prijzen van landbouwproducten en doet zich nieuwe schaarste voor. Bij het nieuwe bestemmingsplan moeten we rekening houden met die dynamiek. Het bestemmingsplan moet dus vooral ontwikkelingen mogelijk maken. Zou er in het verleden misschien volstaan kunnen worden met een beheersplan, dat zal nu niet mogelijk zijn. In de discussies over het nieuwe plan heeft onze fractie ook steeds ingezet op ontwikkelingsmogelijkheden in combinatie met duurzaamheid. Het PvdA-rapport Nieuwe Polderwegen is daarom nog steeds relevant. Door het oude college is al ingezet op het project Des Beemsters om vooral de ontwikkelingen in het buitengebied strategisch in de greep te krijgen. Steeds meer blijkt hoe belangrijk dit project voor Beemster is. Door zelf de regie te voeren over de (beeld)kwaliteit en de gebiedsontwikkeling kunnen overijverige provincie- en Laag-Holland bureaucraten op afstand worden gehouden.
Binnen het buitengebied komt een bijzonder plek toe aan het gebied ten westen van de A-7 ongeveer begrensd door de Nekkerweg, de zogeheten Nekkerzoom. De dilemma’s van plattelandsontwikkeling laten zich hier goed voelen. De hoek Nekkerweg-Zuiderweg is aan de ene kant een voorbeeld van toevallig geslaagde lintbebouwing met overwegend niet-agrarische bedrijvigheid op behoorlijk schaal alsmede een aantal kassenbedrijven. De PvdA vindt dat die mix eigenlijk moet blijven bestaan: wij zijn er geen voorstander van om de bestaande nijverheid uit te plaatsen. In ons verkiezingsprogramma bepleiten we onderzoek naar concentratie van die bedrijvigheid langs de Vredenburghweg. Over hoe dit precies moet zal zich op korte termijn een stevig debat ontspinnen tussen omwonenden en de gemeente, te beginnen op 21 april in de Nieuwe Tuinbouw. Dat debat zal nog wel een tijd doorgaan. Behoud van de bedrijvigheid daar is van belang omdat de kosten van uitplaatsing bijzonder hoog zullen zijn en vermoedelijk alleen te financieren zijn door grootschalige woningbouw. Hoewel die plannen al in 1924 bestonden, vinden wij dit nu een brug te ver. Omdat het gebied toch een bijzonder uitstraling heeft moeten er aan de gebiedsontwikkeling hoge eisen van beeldkwaliteit worden gesteld.
Economie en Toerisme
Beemster is een sterk merk. Dat heeft te maken met het werelderfgoed maar ook met hoogwaardige agro-industriële bedrijvigheid, zoals de procesindustrie van de Cono, die het merk Beemster Kaas succesvol op de markt heeft gezet. De laatste jaren zien we dat toerisme en recreatie in het gehele gebied Waterland opbloeien. Die opbloei vindt plaats zonder dat er noemenswaardige coördinatie van activiteiten plaatsvindt. Een aantal personen start kleine hotels of stort zich op de vrijetijdsmarkt, ook in Beemster. Wij hebben tot op heden die ontwikkelingen gesteund. Het is wel van belang dat dit doordringen van recente trends in de economie beter wordt gecoördineerd. In de periode dat de boeren nog uitsluitend boerden was er geen beleid vanuit het gemeentehuis nodig. Met de veranderingen in de landbouw richting schaalvergroting en verbreding(Beemster lusthof/zorgboerderijen) is het onontkoombaar om beleid te ontwikkelen. Dat beleid komt nu voetje voor voetje op gang. We hebben daarnaast ook te maken met bestaande nijverheidsbedrijven die groeien. In sommige gevallen kunnen die misschien op regionale bedrijventerreinen bediend worden, maar dat zal niet altijd mogelijk, maar voor het lokale voorzieningenniveau niet altijd wenselijk zijn. Met name voor MKB-bedrijven zullen dat soort terreinen te duur zijn. Dat betekent dat we naar mogelijkheden moeten kijken om die bedrijven in Beemster te bedienen. Voor Middenbeemster moet daarbij vooral gekeken worden naar het upgraden en verbeteren van de bedrijventerreinen Bamestra en Insulinde. Kleinschalige uitbreiding lijkt hier alleen mogelijk als dit in samenhang wordt bezien met de realisatie van een noordwestelijke rondweg.
WMO
De fractie heeft veel aandacht besteed aan de invoering van de WMO. Daarbij vonden we in eerste instantie dat teveel aandacht uitging naar de zorgaspecten die in die wet zijn geregeld. Het is ook een participatiewet. Het belang daarvan kan voor kleine gemeenschappen niet worden onderschat. Als gemeente is het nodig om te faciliteren en waar nodig te regisseren. Niet omdat we denken dat we op deze wijze oude maakbaarheidsidealen van de sociaaldemocratie alsnog kunnen realiseren, maar om een gemeenschap als Beemster in al zijn breedheid vitaal te houden. In dat kader hebben wij bij de voorbereiding van de kadernota bepleit dat een onderzoek komt naar een multifunctioneel centrum in Middenbeemster met het huidige gebouwenscomplex bij het Tobias de Coeneplein als basis en steunen we de plannen voor een dorpsontwikkelingsplan in Westbeemster. Tot ons genoegen zien we dat in de WMO-beleidsnota van de gemeente de brede inzet van de WMO als participatie- en zorgwet wordt gekozen. Wij vinden het vooral van belang dat beleidsterreinen die bij de centrumgemeenten zijn neergelegd ook een lokale inkleuring krijgen. Positief is dat ook de WMO-adviesraad zich hier volop voor inzet.
Ten Slotte
Met de woningbouwplannen in Zuidoostbeemster, het bestemmingsplan voor het buitengebied, de ontwikkeling van de Nekkerzoom en met de belangrijke beleidsinhoudelijke instrumenten van Des Beemsters wordt Beemster op de schop genomen. Wij ondersteunen die ontwikkelingen in hoofdlijnen, ook al zetten we als oppositiepartij af en toe kanttekeningen bij het beleid en vragen we meestal om meer dynamiek. Dat zullen we blijven doen. Een strategie die namelijk alleen behoud tot uitgangspunt zou nemen, zou ons snel dwingen tot ongewenste vormen van samenwerking. Door in elk geval een deel van de regie in eigen hand te houden, houden we ook mogelijkheid bij te sturen.
Jos Dings, Fractievoorzittter PvdA Beemster namens de fractie,
Middenbeemster, 6 april 2008 .
Belastingvoorstel
Het college van de gemeente Beemster heeft in de ogen van de PvdA-fractie een afgewogen voorstel gedaan over de gemeentelijke belastingen in 2006. Conform de afspraak met de raad verhoogt het College de OZB met 1,5 %. Het tarief van de afvalstoffenheffing gaat omlaag in verband met de overgang naar een particuliere ophaaldienst. De overige belastingen gaan omhoog met 1,5%.
Opvallend is dat de BPP ook nu tegen de belastingvoorstellen lijkt te stemmen. Daarmee zou de BPP ook tegen de begroting gaan stemmen. Dat zou ik betreuren. Door dit te doen loopt de BPP het risico de relaties met andere partijen te beschadigen. Dat is vooral riskant in de aanloop naar de verkiezingen van 2006.
Ik verwacht zelf geen stembusafspraak meer tussen PvdA, CDA en VVD, maar je zoekt als partij natuurlijk eerder samenwerking met partijen die een constructief standpunt innemen over het bestuur van de gemeente. De BPP is wel een serieus te nemen partij in de Beemster, maar hier zitten ze volgens mij op een verkeerd spoor, maar misschien valt het mee.