Waterlands Wonen 2

februari 20th, 2006

Waterlands Wonen: 240 woningen in 4e kwadrant Middenbeemster
Eerder berichtte ik over het uitwerkingplan Waterlands Wonen. Provinciale Staten heeft op 30 januari aan gedeputeerde Hooijmaijers gevraagd opnieuw met de Waterlandse gemeenten te overleggen over de woningbouwaantallen in met name Middenbeemster en Ilpendam. Dat overleg is er inmiddels geweest. Dit heeft er toe geleid dat de Waterlandse gemeenten overeenstemming hebben bereikt over een kleine verschuiving in aantallen. In Ilpendam gaan er 70 woningen af en in Middenbeemster komen er in het vierde kwadrant 70 woningen bij. Daarmee komt het in Middenbeemster te bouwen aantal woningen op 240. Overigens moet Gedeputeerde Staten dit gemeentelijk akkoord op 28 februari 2006 nog bevestigen.

Ben ik daar nu tevreden over. Het antwoord is ja. Belangrijk is namelijk dat de gemeente tegelijkertijd de Wet Voorkeursrecht Gemeenten heeft toegepast. Daarmee geeft de gemeente aan de grondeigenaren aan dat zij de gronden wil verwerven/gebruiken voor woningbouw.
Een ander gevolg is dat nadat dit besluit de gebruikelijke bezwaar- en beroepsprocedure heeft doorlopen, er binnen twee jaar een bestemmingsplan moet liggen. Dit zou idealiter betekenen dat de gemeente al in 2008 met de bouw van een eerste deel van dit bouwcontingent kan beginnen. Rekeninghoudend met het feit dat het vierde kwadrant in het Streekplan van 2003 nog niet eens voorkwam is dit pure winst. Bovendien begint de gemeente dit jaar met de bouw van 110 woningen in het 3e kwadrant. Er blijft dus gebouwd.

Toch gingen Provinciale Staten in hun amendement uit van 400 woningen. Dus het zijn er wel 160 minder. Dat is waar. Toch heb ik de vaste overtuiging dat dit uiteindelijk wel goed komt. Op de beschikbare ruimte kunnen die 400 woningen uiteindelijk wel tot stand komen, zeker als er ook starterswoningen worden gebouwd met een woonoppervlak tussen de 60 en 70m2. Dat komt ook doordat de buffervoorraad van circa 200 woningen die Beemster in Waterlands Wonen krijgt toegewezen, pas na 2012 beschikbaar komen. Alle partijen in de raad vinden dat die buffer niet gebruikt moet worden voor linten en nieuwe dorpen, zoals in het plan van Waterlands Wonen wel is vastgelegd. Dat zal dan ook niet gebeuren. Alle partijen kiezen voor concentratie in Middenbeemster.

De BPP heeft zich gedistantieerd van dit hernieuwde akkoord tussen de gemeenten. Zij vinden dat die 400 woningen onmiddellijk in het contingent moeten worden opgenomen. Zij ondernemen daarom een solo-actie richting Hooijmaijers.
Dat is een beetje teveel voor de bühne. In de eerste plaats is het nooit de bedoeling om die woningen in een keer neer te zetten. Dus alle woningbouw- plannen zullen in contingenten van tussen de zestig en honderd per jaar worden gebouwd. Met die 240 woningen zijn we dus wel even zoet. Bovendien kan in een goed bouwkundig plan rekening worden gehouden met extra woningen, die we na 2012 willen bouwen. In elk geval wordt door die actie van de BPP de komende vier jaar geen woning meer gebouwd. Politiek is het ook een beetje dom omdat de minister en ook de gedeputeerden juist willen dat gemeenten samenwerken bij hun woningbouwprogramma’s en die samenwerking doorbreek je en dat vind ik onverantwoordelijk.

Middenbeemster en de weidevogels

januari 31st, 2006

Hoewel Middenbeemster geen uitgesproken vogelgebied is, zitten ere rond het dorp wel weidevogels. Dat geldt ook voor andere delen van de polder. Die aanwezigheid is niet van die omvang dat Beemster in aanmerking komt voor beschermd weidevogelgebied. Toch spelen die vogels een belangrijke rol. Dat bleek gisteren bij de behandeling van het uitwerkingsplan Waterlands Wonen in Provinciale Staten. Dit uitwerkingsplan is een specifieke invulling op woningbouwgebied van het in 2003 door de provincie vastgestelde streekplan voor de regio Waterland. Voor Beemster is de vaststelling van dit plan van groot belang.
Hierdoor kunnen er in Zuidoostbeemster 450 woningen worden gebouwd. Voorts kunnen er op inbreilokaties ( bestaand bebouwd gebied) 225 woningen worden gebouwd.
In de plannen van de provincie kunnen er in het vierde kwadrant van Middenbeemster 170 woningen worden gebouwd.

Over dat aantal ontstond in de statenvergadering een felle discussie tussen nagenoeg alle partijen en de gedeputeerde Hooijmaijers. Vrijwel statenbreed werd betoogd dat er op die plek wel 400 woningen gebouwd kunnen worden. Tot die berekening komen de fracties op basis van eigen onderzoek en inspraak van politieke partijen en organisaties uit de Beemster. Ook het verkiezingsprogramma van de PvdA gaat uit van een grotere aantal woningen, zonder dat we ons specifiek op een aantal hebben vastgelegd.

Aanvankelijk bestond de gedachte dat het aantal van 170 woningen op basis van cultuurplanologie tot stand was gekomen. Dat was ook nog de lijn van de gedeputeerde tijdens de commissievergadering Ruimtelijke Ordening van de Staten. De gedeputeerde die gewend is verbaal wild oom zich heen te slaan, toverde nu uit de stukken een nieuw argument tevoorschijn. De Staten hadden immers bij het streekplan vastgelegd dat natuur en natuurwaarden hoogste prioriteit zouden krijgen bij de beoordeling van woningbouwplannen. Het statement van de gedeputeerde was dat de staten nu niet moesten vluchten voor de consequenties van die opstelling, want wat wilde het geval: er zitten weidevogels in en rond het vierde kwadrant van Middenbeemster. Dat was gebleken uit een vrijwillige milieueffectrapportage, uitgevoerd door het bureau Witteveen en Bos.

Ik moet zeggen dat ik zelf, maar ook mijn VVD-collega Klaver en wethouder Oelen dit tafereel met enige verbijstering hebben gadegeslagen. Dat rapport kenden wij ook, of we hadden het vluchtig gelezen, maar niemand had die conclusie getrokken. Ook de Staten hebben dit rapport gelezen, maar verder niet de consequentie gezien, dat dit de bouw van meer woningen zou verhinderen.
Ik heb het inmiddels opgezocht en het staat inderdaad in het rapport, ook al kan je zeggen dat de gedeputeerde dit rapport wel erg gretig gebruikte om de Staten voor het blok te zetten. Het persoonlijke leermoment is dat ik die onderliggende stukken toch wat beter ga lezen. Het was goed dat de statenleden hun rug recht hielden, maar ik vond dat ze inhoudelijk te weinig verweer hadden tegen de gedeputeerde, terwijl dat wel had gekund. Op gemeentelijk niveau gebeurt dat ook te vaak.

Het gaat bij politiek immers om het nemen van besluiten. Daar horen uiteraard ook ambtelijke en deskundige adviezen bij. Maar uiteindelijk baseert een raad of een statenvergadering zijn besluiten op een veelheid van adviezen en neemt uiteindelijk een besluit. Dat besluit mag zoals in dit geval een ander besluit zijn dan de uitgangspunten van het streekplan. Het gaat om een concretisering en je bent weer een paar jaar verder.

Het was daarom prima dat de Staten niet bogen voor de druk van de gedeputeerde. In de tweede ronde van het debat heeft Hooijmaijers daarom toegezegd dat hij over de uitwerking van een aantal deelplannen nog met de betrokken gemeentes gaat praten, rekening houdend met de wensen van de statenvergadering.

De consequentie van dit alles is dat in Zuidoostbeemster de spade in de grond kan. Dat wil zeggen, de gemeenteraad kan nu besluiten gaan nemen, die uit moeten monden in een nieuw bestemmingsplan voor Zuidoostbeemster. Dat geldt ook voor de inbreilokaties. Zelfs voor Middenbeemster denk ik dat al vrij snel in de nieuwe raadsperiode voorbereidingsbesluiten kunnen worden genomen voor de bouw van meer dan 170 woningen. Ik vind dat een positieve uitkomst van de statenvergadering. De bouw van het vierde kwadrant rond het dorp Middenbeemster af(ja ja, vier rechthoeken). Dat kan – en zal – wat mij betreft verantwoord gebeuren.
En de weidevogels dan? Ook die vinden hun plek in de Beemster. Bij het vervaardigen van het bestemmingsplan voor het gebied komt er ook nog een flora- en faunatoets.

Beemster economie

januari 24th, 2006

Beemster economie en andere varia

Op 13 januari heb ik de receptie van Beemster Ondernemer bezocht. Dat doe ik in de dubbele hoedanigheid van bestuurslid van die vereniging en raadslid. Het was een geanimeerde bijeenkomst. Deze avond staat ook altijd in het teken van de ‘Beemster Ondernemer van het jaar’. De selectiecommissie bestaande uit oud-winnaars, een oud-ondernemer en een bestuurslid, heeft dit jaar gekozen voor Eric Hulst als directeur van de CONO. Die uitverkiezing is terecht als ik bedenk hoeveel CONO aan de promotie van de naam ‘Beemster’ doet. Voeg daarbij de uitstraling van de nieuwe weipoedertoren en een andere keuze was dit jaar al moeilijk mogelijk. De uitreiking van de prijs werd overschaduwd door het overlijden van een van de gezichtsbepalende medewerkers van de CONO, voor de buitenwereld vooral bekend onder zijn bijnaam ‘Corkaas’.

De volgende avond was ik op de receptie van de PRO (Purmerendse regio ondernemers). Ook hier werd een Beemster bedrijf, Wijnhandel Bart uit Zuidoostbeemster bekroond. Bart is ook een bedrijf dat stevig aan de weg timmert.
Het is goed dat twee Beemster bedrijven op een dergelijke manier onderscheiden worden. Ook in een polder als Beemster doet op die manier de economie er toe. Het gaat dan niet alleen om werkgelegenheid en winst, maar ook goede promotie, kwalitatief goede producten, goed ondernemerschap.

Dat kwam ook allemaal aan de orde tijdens de vergadering van de Commissie Grondgebiedszaken van de gemeente Beemster op 17 januari. Door de gemeentes die samenwerken in Waterland is samen met de ondernemersverenigingen en de Kamer van Koophandel een economisch actieprogramma voor Waterland in elkaar getimmerd. Dit programma wil de bedrijvigheid in Waterland stimuleren. Daarbij past een goede samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven. Waterland is als economische gebied vrij klein en staat nog niet op veel kaarten. Toch zijn hier een behoorlijk aantal bedrijven gevestigd die aan de bovenkant van het midden- en kleinbedrijf hun partij meespelen. Met de groei van de bevolking in dit gebied de afgelopen veertig jaar is ook het belang van de lokale bedrijvigheid gegroeid. De raadscommissie was unaniem van mening dat met dit programma een belangrijke stap is gezet om Waterland beter op de kaart te zetten.

Tijdens die commissie vergadering kwam ook nog een geschil tussen de gemeente en Vlug Transport aan de orde. Vlug heeft behoefte aan extra parkeerruimte en heeft zijn oog laten vallen op de ‘overhoek’ naast de nieuwbouw van Nijdra aan de Bamestraweg. Het gaat om een tijdelijke oplossing voor maximaal 5 jaar. De gemeente wil die tijdelijke oplossing niet bieden vanwege het open landschap. Vlug zoekt op termijn een oplossing van zijn parkeerprobleem door gehele of gedeeltelijke verplaatsing van het bedrijf naar Purmerend (Baanstee Noord), maar dit terrein is nog niet ontwikkeld.
Het leek er op dat zich tijdens de commissievergadering een oplossing aandiende, toen duidelijk werd dat de gemeente Purmerend al in 2008/9 met de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein wil beginnen. Daardoor is een tijdelijk gebruik van die ‘overhoek’ waarschijnlijk en heeft de gemeente een zorg minder, dat een tijdelijke oplossing langer dan de toegestane vijf jaar duurt.

Het zou overigens goed zijn als het nieuwe college zou onderzoeken of een bedrijf als Vlug niet in zijn geheel voor Beemster behouden kan blijven. Daarvoor is vereist dat een beperkte uitbreiding van de hoeveelheid bedrijventerreinen bespreekbaar wordt gemaakt. Ik wil me in de raad in elk geval sterk maken dat dit serieus wordt onderzocht. Economie doet er ook in Beemster toe.

Ten slotte is in de commissievergadering uitvoerig aandacht besteed aan ‘Waterlands Wonen’. Dat gebeurde naar aanleiding van een presentatie door mevrouw Marjan Segers, mede namens Richard de Moel (quartet projecten). Marjan Segers woont in Zuidoostbeemster naast de A-7. Zij heeft met anderen een innovatief idee ontwikkeld om langs een strook van circa 400 meter geluidswalwoningen langs de A-7 te realiseren. Ik heb daar eerder op deze plaats iets over gezegd. De gemeente heeft wat moeite met deze plannen, omdat zij bevreesd is dat deze ten koste gaan van de eigen gemeentelijke plannen in Zuidoostbeemster. Voor een deel is sprake van een definitieprobleem. Als je dit project omschrijft als nieuwe uitleg, dan gaat dit ten koste van het contingent van 450 nieuwbouwwoningen dat de gemeente mag bouwen in de Zuidoost. Als het om een ICT-of inbreilokatie gaat, waar gezien de lokatie langs de snelweg en de mogelijke samenhang met plannen voor ouderenhuisvesting van Woonzorg veel voor te zeggen is, dan komt het bovenop het contingent woningen. Dat is voer voor deskundigen. Het probleem voor een politicus is dat dat niet uit te leggen is aan de kiezers. Die willen hopelijk dat wij op een verantwoorde manier woningen bouwen voor de Beemster woningbehoefte.

Tussen de bedrijven heb ik nog een bijdrage voor een verkiezingsspecial van de Polderexpress vervaardigd. Die publicatie verwacht ik op woensdag 25 januari.

Donderdag 19 januari heb ik, op introductie, kennisgemaakt met een aardig initiatief van een aantal Purmerendse Ondernemers, waaronder Bart jonk van Webregio. Zij organiseren onder de naam Businessbreakfast(www.businessbreakfast.nl) maandelijks een ontbijt. Ondernemers kunnen zich inschrijven als lid en een groot deel van de opbrengst van dat lidmaatschapsgeld is bestemd als donatie voor het Ronald McDonald-huis van de VU. Deze bijeenkomst vond deze keer plaats bij Spijkerman in Purmerend. De sfeer was ongedwongen en geanimeerd. Bij een kopje koffie en een lekker broodje leg je over het algemeen makkelijk contact, is mijn ervaring. Als ondernemer is het bijna een verplichting om voortdurend te netwerken. Als dat op een plezierige manier kan, is dat mooi meegenomen, dus ik denk dat ik me wel zal aanmelden, ook omdat het doel sympathiek is.

Beemster zelfstandig, hoe lang nog?

januari 11th, 2006

Harry Borghouts en de kleine gemeenten – oftewel is Beemster nog een zelfstandige gemeente in 2012?

Op 6 januari, tijdens de nieuwjaarsreceptie van de provincie, heeft Harry Borghouts de hoenders weer danig laten schrikken. “Gemeenten met minder dan 30.000 inwoners zijn te klein om zelfstandig alle eigen en wettelijke taken uit te voeren,” stelde de Noord-Hollandse commissaris van de koningin boud. Volgens hem is de ideale gemeente-omvang 75.000 inwoners – kleiner dus dan Purmerend (78.000) of Alkmaar (94.000), maar groter dan Hoorn (68.000).
Verder zijn kleine gemeenten gedwongen tot samenwerken met de buren, wat leidt tot problemen met de “democratische legitimatie”. Die bovengemeentelijke samenwerking staat immers niet onder rechtstreekse controle van de gemeenteraad. Overigens prees Borghouts wel de samenwerking tussen Beemster, Graft-De Rijp, Schermer en Zeevang, vanwege de praktische voordelen. Andere problemen zijn: het ambtelijk apparaat is te klein, regelgeving raakt gedecentraliseerd, en kleine gemeenten ontberen een ‘eigen smoel’ op de arbeidsmarkt. De commissaris betreurt het dat hij er wel iets óver mag zeggen, maar er niets over te zéggen heeft. Dat moet anders, vindt hij. Maar ja, de heersende ideologie bij rijk en provincie gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van gemeenten. Die moeten zelf maar zo wijs zijn om verdergaande samenwerking aan te gaan.

Onderkoelde reactie
De burgemeesters van Graft-De Rijp, Zeevang, Waterland, Oostzaan, Landsmeer en Wormerland waren eerder geamuseerd dan verontwaardigd. Zij allen hebben een prachtig gemeentelijk apparaat, geen schulden en – meestal – tevreden burgers. Of die onderkoelde reactie terecht is, kan ik niet ondubbelzinnig beamen. De risico’s die de commissaris schetst, zie ik ook wel. Maar elk risico vermijden door schaalvergroting werkt simpelweg niet, en bovendien wil ik dat ook niet. Want dan is schaalvergroting de beloning op risicomijdend bestuur. Soms moeten raadsleden de moed hebben om beleid te maken dat weerstand oproept en besluiten te nemen die vervelende consequenties voor bepaalde burgers kunnen hebben.
Wel maak ik me zorgen over de adembenemende snelheid waarmee het rijk zijn taken in de schoot van gemeenten flikkert. Lang niet altijd is duidelijk waar dat goed voor is en of gemeenten wel in staat zijn, zeker ook financieel gezien, in staat zijn die taken uit te voeren. Het draagvlak bij zowel bestuurders als burgers voor die nieuwe taken is daardoor vaak akelig smal. Een voorbeeld is de uitvoering van de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning.

Democratisch tekort
Kan Beemster met zijn 8500 inwoners zelfstandig blijven? Wanneer de huidige financiële situatie stabiel blijft of verbetert en het ambtelijk apparaat niet verder wordt uitgekleed, is er geen probleem, denk ik. De samenwerkingsverbanden die Beemster heeft, zijn in de meeste gevallen adequaat – al zou ik op sommige zaken inhoudelijk wel wat willen afdingen. Is het democratisch tekort dat Borghouts signaleert dan geen probleem? Ja, dat is het wel. Hoe seriéus dat probleem is, hangt vooral af van de mate van bemoeizucht (nadrukkelijk positief bedoeld) van gemeenteraden en colleges.
Bedreigender voor de locale democratie vind ik instituties als ‘nationaal landschap Laag Holland’, of bestuurlijke toekomst-clubjes als de ‘Noordvleugelconferentie’. Ook de neiging van het parlement om zijn controle op beleid te delegeren naar allerlei oncontroleerbare hoge autoriteiten, zoals de Mededingingsautoriteit en de Zorgautoriteit, baart mij in die zin meer zorgen.
Toch ben ik er van overtuigd dat Beemster in 2012 zelfstandig zijn 400-jarig bestaan zal vieren. Dat is goed! Nog beter is dat volgens Borghouts een fusie met Purmerend uitgesloten is. Onze zelfstandigheid vereist wel meer samenwerking. Daarbij moeten we kritisch zijn bij de keuze met wie en wanneer wij samenwerken, en wat we met die samenwerking willen bereiken.
***

Bedreigingen van politici: het moet geen gewoonte worden

januari 2nd, 2006

Steeds vaker zijn er berichten dat politici bedreigd worden. Het gaat dan niet alleen om spraakmakende tweede kamerleden, maar ook om lokale politici, zoals burgemeesters, wethouders en raadsleden. Dat is hoe dan ook een bedenkelijke ontwikkeling. Ook al zal van landelijke politici eerder gezegd worden dat het een risico van het vak is, is het maar de vraag of dat een verstandige redenering is. Bedreigingen met de dood gaan je niet in de koude kleren zitten. In een normaal functionerend democratisch bestel horen die dingen dus niet thuis.
De ene mens is gevoeliger voor dreigementen dan de andere. Niet elke bedreiging is even ernstig, maar het is wel een goede zaak als tegen de praktijk als zodanig stelling wordt genomen door alle betrokkenen.
Bedreigingen kunnen ook door de bedreiger worden gebruikt om andere onwelgevallige zaken te realiseren, als vorm van chantage of afpersing. Als dat gebeurt slaat dat terug op de integriteit van het openbaar bestuur. Openheid in deze zaken is dus van het grootste belang. Aangifte doen is daarom ook een publiek belang.
Op dat punt zie je soms wel enige terughoudendheid. De betrokkenen maken dan een politieke afweging. Ik begrijp dat wel, maar vind het toch jammer. Die afweging heeft dan te maken met het kennelijk breed geaccepteerde gegeven dat Nederlanders zo’n kort lontje hebben. Door aangifte te doen zou je dat lontje helpen aansteken met de dan te berekenen ernstige gevolgen. Die redenering is onzuiver en bewijst de politiek en de democratie geen dienst.

Lokaal en regionaal doen die situaties zich ook voor. Sommige wethouders en raadsleden trekken zich dat zo aan dat ze het bijltje erbij neer gooien. Zoals gezegd: dat is begrijpelijk, maar niet de bedoeling. Bedreiging in een kleine gemeenschap werkt wel vaak als een moker. Veel mensen kennen elkaar, er zijn allerlei dwarsverbanden en de emoties kunnen hoog oplopen. Maar mensen horen wel te weten wat de regels zijn en moeten zich daar ook aan houden.

Op 28 december stond in het dagblad Waterland dat 2 lokale ondernemers in Beemster (vader en zoon Doets) wegens bedreiging van de wethouder Ruimtelijk Ordening (Jan Oelen) enige tijd in de cel hebben doorgebracht. Op kerstavond zijn zij verhaal gaan halen bij de wethouder, omdat het college van B&W kennelijk een besluit heeft genomen dat hen niet zint. Nu het een collegebesluit betreft, moeten de betrokkenen of hun advocaten zich wenden tot Burgemeester en Wethouders, de raad van Beemster of tot de rechter, zo zijn de regels. De wethouder bedreigen of hem op een onchristelijk uur lastig vallen is niet in overeenstemming met de regels. Sterker nog: ik vind het laaghartig en lafhartig om dat te doen. Voor zover de betrokkenen nog over enig krediet en geloofwaardigheid beschikken, zijn ze dat wel zo’n beetje kwijt. Het is dan ook juist dat de wethouder wel aangifte heeft gedaan en dat het college van B&W zijn rug recht houdt.

Ik denk dat het goed is als de raad van Beemster in zijn eerstvolgende vergadering daarover een niet mis te verstaan signaal afgeeft.

Waterlands Wonen

december 16th, 2005

Waterlands Wonen: statenfracties steunen 400 woningen in 4e kwadrant Middenbeemster

Op 15 december debatteerde de Provinciale statencommissie Ruimtelijke Ordening over het Uitwerkingsplan ‘Waterlands Wonen’. In dit plan is tot 2020 voorzien in de bouw van 6000 woningen in de regio Waterland. De bedoeling is dat 3000 woningen in zogeheten uitleggebieden worden gerealiseerd. De andere 3000 woningen liggen binnen de bebouwde kommen van steden en dorpen. Dit plan vormt een uitwerking van het in 2003 vastgestelde streekplan Noord-Holland Zuid. Het plan is het resultaat van overleg tussen de gedeputeerde Hooijmaijers en de betrokken gemeenten in Waterland.
Omdat dit plan ook van belang is voor de gemeente Beemster heb ik de discussie in Haarlem bijgewoond. In Beemster kan de gemeente volgens Waterlands Wonen 450 woningen in Zuidoostbeemster bouwen, 225 woningen binnen inbreilokaties binnen de bebouwde kom(men), 170 woningen in het vierde kwadrant van Middenbeemster. Als toetje is er nog een buffer van bijna 200 woningen die als Beemster lint of als nieuw dorp kunnen worden gebouwd.
Het werd een nuttige ochtend. De BPP was met twee raadsleden aanwezig evenals wethouder Oelen. De meeste fracties blijken achter de plannen te staan. Problemen doen zich vooral voor in Ilpendam en Broek in Waterland en kleine lokaties in Purmerland en Oterleek. In Broek is er vooral verwarring over de aantallen woningen die gebouwd mogen worden. Volgens de dorpsraad wil de gemeente Waterland er 600 bouwen. Volgens de gedeputeerde mogen ze er maar 150 bouwen. De gedeputeerde heeft tijdens de vergadering belooft dat hij die verschillen uit zal leggen.
De meeste fracties staan achter de woningbouw in Zuidoostbeemster.
Een nieuw element is dat er een particulier plan ligt om circa 120 geluidswalwoningen langs de snelweg in Zuidoostbeemster te bouwen(plan Suyer Hoogh). De meeste fracties vinden dit wel een innovatief plan. Dat is ook mijn mening. Daarom moet er volgens mij ook goed naar gekeken worden of het in te passen is in de gemeentelijke plannen. Hooijmaijers was hier duidelijk over: er komt niets van in want de gemeente is tegen.
Beemster Ondernemer, de BPP en de VVD Beemster hebben via de inspraakprocedure laten weten dat zij voor meer woningen in Middenbeemster opteren. De PvdA heeft niet ingesproken, maar is volgens het nieuwe verkiezingsprogramma ook voor ten minste 300 woningen. De statenfracties staan hier ook allemaal achter. De gedeputeerde wijst de statenfracties er vervolgens fijntjes op dat dit verlangen strijdig is met het door de staten gehanteerde cultuurhistorische uitgangspunt voor nieuwbouw.
De twee opmerkingen van Hooijmaeijers waren voor mij aanleiding om daarover diezelfde avond vragen te stellen in de raad van Beemster. Het plan Suyer Hoogh is nog niet besproken in de gemeenteraad. Het is alleen getoetst aan een concept-beeldkwaliteitsplan dat ook nog niet in de raad is besproken. Op grond hiervan vind ik de stellingname van de gedeputeerde dat de gemeente tegen is voorbarig. Wethouder Oelen stelde zich overigens op het standpunt dat die uitspraak geheel voor rekening van de gedeputeerde komt.
Ook het cultuurhistorische argument vind ik betwistbaar. Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat door meer woningen in Middenbeemster te bouwen, dit op een door iedereen verafschuwde manier van de Vinex-wijken moet. Daar zijn nog wel verstandige architecten voor te vinden, die daar mooie plannen voor kunnen maken.
Het blijkt dat de wethouder en zijn collega’s in de ander gemeenten bang zijn dat door dat er met de aantallen wordt geschoven, de afspraken tussen de provincie en de gemeenten onder druk komen te staan. Hoewel ik die opvatting begrijp ben ik het niet eens. Ik heb in de raad nog de uitspraak van Jan Schaefer geciteerd, die ooit gezegd heeft: “in gelul kan je niet wonen”. Het gaat er om dat we gaan bouwen, want dat is in dit land nog een hele klus. Gemillimeter over precieze aantallen vooraf heeft dan volgens mij niet zoveel zin. Het is in elk geval weinig praktisch.
Het korte debat in de raad heeft er toe geleid dat de raadscommissie Grondgebiedzaken zich tijdens de eerstkomende vergadering op 17 januari over deze twee zaken buigt. Met een beetje goede wil kunnen we dan nog het standpunt van de gemeenteraad kenbaar maken aan de provinciale statenfracties voor het debat in de statenvergadering op 31 januari 2006

PvdA Congres:goede stemming

december 13th, 2005

Afgelopen zaterdag, 10 december, was ik samen met Carolien van de Berg op het tweedaagse partijcongres van de PvdA in Utrecht. De eerste congresdag waren wij verhinderd.
Carolien heeft een Rosa-leergang bezocht. De Rosa-leergang geeft begeleiding en advies aan aanstormende vrouwelijke poltieke talenten.
Tijdens de ochtendzitting stond het rapport ‘de leidende burger’ ter discussie. Hierin geeft de partij zijn visie op politieke en staatskundige vernieuwing. Die stellingname is duidelijk een tussenstation. Bij veel zaken is nog sprake van een voorbehoud. Dat geldt bijvoorbeeld voor het ‘huis van Thorbecke’. Dit beeld slaat op de organisatie van ons land in drie bestuurslagen: rijk, provincies en gemeenten. Dat beeld is inmiddels niet zo zuiver meer. Er zijn allerlei tussenlagen zoals ROA(regioraad Amsterdam) en ISW ( de samenwerkende Waterlandse gemeentes). Ook zijn er nog allerlei ’schappen’, waarvan het Waterschap de grootste is.
De PvdA wil dat terug brengen, maar weet eigenlijk zoals heel bestuurlijk Nederland niet precies hoe. Aan de ene kant moet het groter (de G8: de bestuurders van de randstadprovincies en de burgemeesters van de grote steden): dat is vooral de bedoeling om de coördinatie binnen de Randstad te verbeteren. Tegelijkertijd is de idee dat schaalvergroting van gemeentes de problemen oplost inmiddels ook een illusie, getuige de vaak zwakke bestuurskracht van heringedeelde gemeenten. Tegengestelde opvattingen dus. Het is dan niet raar dat burgers de weg kwijt zijn als bestuurders het ook al niet weten. De gedachten van de PvdA gaan de richting van een regionalisering. Gemeenten zouden versterkt samen moeten werken in regionale verbanden.
Daar valt wat voor te zeggen als die regionale raden dan ook rechtstreeks gekozen worden. Dat is nu voor de ROA bijvoorbeeld niet het geval.
Als je voor dit model kiest dan zouden de provincies op veel plaatsen als tussenbestuur moeten wijken. Dat is in mijn beeld weer niet zo voor de noordelijke provincies, Utrecht en Zeeland: die kunnen behouden blijven, terwijl Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel zich in meerdere regio’s laten indelen.
Gezien de geschiedenis van de bestuurlijke vernieuwing zal ook de huidige discussie wel verzanden of zich de komende tien jaar uitstrekken. Overigens ben ik van mening dat Beemster in al die constructies best een zelfstandige gemeente kan blijven.

Het PvdA- congres omarmde verder het correctieve referendum. Dat lijkt me als aanvulling op onze representatieve democratie een juiste ontwikkeling.

Vervolgens werd er in goede sfeer afscheid genomen van partijvoorzitter Ruud Koole. Zijn grote verdienste zit in het feit dat hij de partij opener heeft gemaakt voor kritiek uit de samenleving, ook al blijven de bestuurlijke reflexen sterk.
Wouter Bos stelde in een mooi opgebouwde rede op ondubbelzinnige wijze zijn kandidatuur als kandidaat-premier. Dat schept duidelijkheid. Uiteraard moeten de leden dit nog goedkeuren( en in 2007 of eerder de kiezer), maar voor het moment kan het de oppositie tegen dit kabinet alleen maar versterken.

Dualisme of de burger betrokken

december 9th, 2005

Op dinsdag 6 december ben ik samen met enkele collegaraadsleden uit de Beemster naar de raadsvergadering van de gemeente Wormerland geweest. De reden: de gemeenteraad van Wormerland heeft, net als Almere overigens, de commissiestructuur losgelaten. In een commissiestructuur bereiden adviescommissies de raadsvergadering voor. Zelfs het grootste deel van de politieke discussies vindt hier plaats. De raadsvergadering is dan meestal een formaliteit. Volgens dit systeem werkt de gemeenteraad van Beemster.

In de nieuwe structuur begint men in Wormerland met een ‘markt’ met heuse marktkramen. In elk kraampje kunnen belanghebbenden of de gemeente hun plannen presenteren. Dan zijn er voorrondes, waar in een strakke planning de zaken inhoudelijke zaken aan de orde komen. Onderwerpen die niet binnen het tijdschema passen, gaan door naar de volgende raadsavond. Die is gelukkig al over twee weken. Hierna volgt de raadsvergadering, die beperkt is tot circa 25 minuten debat en één kwartier voor de hamerstukken.

De voordelen van het systeem zijn dat burgers directer betrokken (kunnen) zijn is en dat de besluitvorming sneller lijkt te gaan. En het is ook een vrolijke chaos van door elkaar heen rennende raadsleden, die van de ene kamer naar de andere lopen om hun zegje te doen.
Nadelen zijn er ook. Je hebt soms geen overzicht en omdat je niet op twee plaatsen tegelijk kunt zijn, mis je belangrijke discussies. Ook blijkt de tijdwinst niet altijd even groot. Zo meldt het Noordhollands Dagblad – Dagblad Zaanstreek de volgende dag dat het gesprek tussen gemeente en sportverenigingen over een bezuinigingsronde op subsidies al een half jaar doormoddert. Verder doet de tijdsklem op de bespreking van onderwerpen geforceerd aan.

Toch heb ik er wel een licht positief gevoel over. Ook in Beemster willen we de zaken verlevendigen. Als wij het Wormerlandse model overnemen, kunnen we -gezien de gangbare hoeveelheid onderwerpen – kiezen voor elf gecombineerde raads- en commissievergaderingen per jaar. Een dergelijke verandering van de raadsvergaderingen is uiteraard een zaak voor de nieuwe raad.

Verkiezingsprogramma

september 8th, 2005

Samen met Peter de Waal en Han Hefting schrijf ik het verkiezingsprogramma voor de PvdA afdeling Beemster. In juli en augustus hebben we twee gespreksrondes gehad. Daarbij heb ik aan de hand van een hoofdstukindeling en een reeks losse opmerkingen een voorzet gedaan. Daar is door de andere twee op gereageerd. Han heeft vervolgens een eerste aanzet voor leesbare zinnen gemaakt. Ik heb dat vervolgens nog wat bewerkt en voorgelegd aan het bestuur. Dat heeft een drietal reacties opgeleverd. Onze wethouder, Jan Oelen, had wat moeite met passages waar kritiek op het zittende college doorklinkt. Bert Camstra en Carolien van den Berg hebben inhoudelijk gereageerd. Bert valt vooral over moeilijk taalgebruik en te algemene begrippen.
Het schrijven van zo’n programma gaat dus niet over rozen. Ik heb de een neiging tot passieve zinsconstructies en formeel taalgebruik, wat gezien mijn juridische achtergrond niet verwonderlijk is. De opdracht is evenwel een kort en bondig geformuleerd programma te schrijven.
Wordt vervolgd.

Innovatieve ondernemers

september 8th, 2005

Op 6 oktober ben ik op het ondernemerscongres van MKB en de ING Bank in Alkmaar geweest. Wat doet een PvdA raadslid daar zal iedereen zich afvragen. De relatie is relatief eenvoudig. Ik heb een eigen juridische praktijk en ben secretaris van de algemene ondernemersvereniging Beemster Ondernemer. Tijdens dit congres werd een interessante studie van de ING naar de Noord-Hollandse economie gepresenteerd. De ondernemers boven het IJ zijn minder innovatief als bezuiden die grens. Het zijn vooral prijsvechters en nuchtere ondernemers. Ik kom nog terug op dit rapport.
Het was een nuttige dag. In de ochtend een optreden van de oud-directeur van Vomar, die een aantal praktische tips had uit zijn eigen praktijk. Dat was wel amusant, vooral waar hij aangaf dat hij nog al eens tegen de regels gezondigd heeft door illegaal te bouwen. Een deel van die wilde haren heeft hij behouden, zo bleek tijdens de forum-discussie.
Loek Hermans hield een verhaal waarin vooral werd aangedrongen op een wijziging in het ontslagrecht. Het MKB lijkt eindelijk zo ver om ook het dubbele ontslagstelsel dat in Nederland werkzaam is te veranderen. Tot op heden was voor MKB Nederland de preventieve ontslagtoets door het CWI heilig. Dat beeld lijkt nu te gaan schuiven. De richting is nog niet duidelijk. Persoonlijk denk ik dat als twee overheidsinstanties (CWI en Kantonrechter) over ontslag gaan, dat er daar een te veel is. Als je dan wat doet aan het beschermingsniveau van de werknemers, dan lijkt me dat nog het best gewaarborgd bij de onafhankelijke overheidsrechter. Dat schept duidelijkheid. Of het die kant opgaat is nog maar de vraag. Gezien vanuit de systematiek van de verdragen waar Nederland aan mee doet is dat echter wel de meest voor de hand liggende keuze. Daarvoor moet ook binnen mijn eigen partij nog wat zendingswerk worden gedaan.