Archive for the ‘Algemeen’ Category

reactie 10 puntenplan het gulden verband

woensdag, oktober 7th, 2009

Geachte mevrouw Ernsting-Nijdam en overige leden van Klankbordgroep Welstandsbeleid Beemster,

In Binnendijks 25/25 van 27/28 juni 2009 las ik uw bericht aangaande het ‘Tienpuntenplan ter verbetering van het Welstandsbeleid in de Beemster’ uit uw nota die de naam Het gulden verband meekreeg. Al lezende overvielen mij grote teleurstelling en ergernis. Teleurstelling omdat de Klankbordgroep Welstandsbeleid kennelijk enkel oog heeft voor het bestaande. En ergernis om het misbruik van de status ‘Werelderfgoed Beemster’. Wat dit laatste betreft volgt hier een citaat op grond waarvan Unesco deze status heeft toegekend. Het citaat staat op de site van Stichting Platform Werelderfgoed Nederland. “Motivering De Commissie voor het Werelderfgoed besloot de polder De Beemster in te schrijven op grond van de Criteria (1), (2) en (4). (1): Polder De Beemster is een meesterwerk van creatieve planning, waarin de idealen van de Oudheid en de Renaissance zijn toegepast in het ontwerp van een droogmakerijlandschap. (2): Het innovatieve en visionaire landschap van de polder De Beemster heeft diepe en blijvende invloed gehad op droogmakingsprojecten in Europa en daarbuiten. (4): De totstandkoming van de polder De Beemster markeert een grote stap vooruit in de relaties tussen mens en water in een belangrijke periode van sociale en economische ontwikkeling.” Geel gemarkeerd staan de karakteristieken waaraan de Beemster zijn Werelderfgoed-status dus ontleent. Hierin komt het woord bebouwing of architectuur niet voor. Daarom is het aperte onzin om “behoud werelderfgoed” (punt 1 van het tienpuntenplan) aan te voeren bij discussies over bouwen en vormgeving van bebouwing. Dat kan enkel en alleen als voorgenomen bebouwing de bestaande structuur van het Beemster landschap aantast. Iets dat natuurlijk allang gebeurd is, jammer genoeg. Zie het stuk rondweg vanaf de Middenweg naar de Rijperweg bijvoorbeeld. Het was landschappelijk gezien beter geweest dat die rondweg een hoekiger tracé had gekregen.

En dan kom ik nu terug op uw standpunten over nieuwbouw. Dat elke vorm van afwijkende, bijzondere en/of moderne (ver)nieuwbouw door de Klankbordgroep feitelijk in de ban wordt gedaan, vind ik zeer te betreuren. En vooral ook behoorlijk on-Beemsters, trouwens. De landhuizen uit de beginperiode van de polder leken nou niet direct op de bebouwing van het oude land in Noord-Holland. Nee, die landhuizen straalden stedelijkheid, bakken geld en macht uit. Er staat er helaas geen een meer. In de loop van bijna 400 jaar is de bebouwing van de polder voortdurend aangepast aan de inzichten, mogelijkheden en modes van de tijd. Wanneer je foto’s uit de late 19de eeuw bekijkt van de Buurt, vooral aan de winkelkant, is het verbijsterend om te zien hoeveel gevels tussen pakweg 1870 en 1920 zijn veranderd, aangepast of gewoonweg zijn verdwenen. En toen in 1915 het post- en telegraafkantoor met directiewoning in de Leeghwaterstraat (nu nummer 9) verrees, was dat pand voor toenmalige begrippen ongetwijfeld ‘hoogbouw’. Verder had (en heeft) dit bijzonder fraaie pand bepaald geen streekeigen vormgeving, noch is er soberheid betracht in de keuze van (bouw)materialen.

”Middenbeemster,

Dit zijn maar enkele voorbeelden van een voortdurende ontwikkeling. Geen mens wil nu nog wonen in een huis dat rond 1950 je-van-het was. Een toilet, een douche, een cv annex warmwatervoorziening, dubbel glas, deugdelijke isolatie, overal stroom- en internetcontacten, duurzame materialen, etc. Dat zijn allemaal verworvenheden van na die tijd. En wie wil er nog zonder? De materialen waarmee gebouwd wordt, zijn mee veranderd. Verbeterd meestal, als het aankomt op isolatiewaarde, zowel qua geluid als temperatuur, en duurzaamheid.

Veel van de pijlen van de Klankbordgroep richten zich op de nieuwe senioren- en Middelwijck-zorgwoningen in het Prinses Beatrixpark. “Een gebouw met een welhaast industriële vormgeving van grauw plaatmateriaal” zoals het staat in Het gulden verband. Dat grauwe plaatmateriaal bestaat uit leisteen, net als op het dak van de kerk, maar dit terzijde. Of slaat deze kwalificatie het op het heldere plaatmateriaal waarmee de gang tussen oud- en nieuwbouw is bekleed? Als dit laatste bedoeld wordt, ben ik het zeer eens met hen die dit lelijk vinden. Die dubbelwandige plastic platen waren echter niet de keuze van Blanca Architecten, maar zijn het droevig stemmende resultaat van een bezuinigingsronde van de opdrachtgever, Woonzorg. De dakhelling(en) met hun hinten naar stolpdaken (buurman Köhne) en de kerk (lei) vind ik juist prima passen bij de omgeving, maar dat is zoals zoveel een kwestie van smaak. Wanneer de verbindingsgang afgedekt wordt door groen, of te zijner tijd een andere bekleding krijgt, denk ik dat de uitstraling een heel andere wordt. “Wat een bijzonder gebouw staat daar of: Oh, als ik daar eens zou mogen wonen”.

Kortom, ik houd een hartstochtelijk pleidooi voor minder angst voor het nieuwe, het bijzondere, het afwijkende. Juist samen met oude(re) bebouwing, maakt innovatieve en visionaire architectuur (ik speel even leentjebuur ) nieuwbouw, een straat, een wijk, een dorp, een polder tot een levend geheel. Dat zijn de plaatsen waar mensen van jong tot oud graag willen wonen, werken, winkelen, schoolgaan en recreëren.

Gerda Kooger, Middenbeemster, 2 juli 2009

Het verstand

maandag, oktober 20th, 2008

Na de verkiezingen van 2006 is de PvdA in Beemster buiten de coalitie gehouden . Ik heb toen in een van mijn blogs fel uitgehaald naar de BPP en wethouder Hefting. Ik had daar alle reden toe want ik voelde me goed genaaid. Ik schreef toen met zoveel woorden dat een toekomstige samenwerking met de BPP of Hefting en mijn persoon niet goed denkbaar was.
Ik denk dat het verstandig is om op die positie terug te komen. Dat heeft te maken met de BPP, met Hefting en met mijzelf en mijn partij en de politieke situatie in Beemster.
De BPP heeft zich als coalitiepartij goed ontwikkeld en is van de coalitipartijen zelfs de meest bestuurlijke te noemen. Er is om die reden dus geen aanleiding meer om politieke barrières op te werpen.
Han Hefting heeft zich snel ontwikkeld tot een capabele bestuurder, die zware dossiers over het algemeen goed oppakt en die ook de discussie met de bevolking aangaat op een open manier. Binnen het college is hij voor zover ik daar zicht op heb de sterkste man. De twee andere wethouders kunnen mij aanzienlijk minder bekoren. Ook hier geldt dus dat er geen reden meer is om barrières te handhaven.
Als beginnend fractievoorzitter kreeg ik het door de manoeuvre van de BPP aardig voor de kiezen. Ik heb daar woedend op gereageerd en dat was onder de gegeven omstandigheden ook goed. Tegelijkertijd heb ik mijzelf en de lokale Partij van de Arbeid daardoor te zeer vastgelegd op een uitsluitingsvariant. Dat is politiek niet zo wijs, zeker niet op de lange termijn: het verstand komt dus met de jaren! Zo’n 1,5 jaar voor de verkiezingen is het dus tijd om die barrières op te ruimen, zodat we in 2010 of eerder met open vizier met elkaar kunnen onderhandelen.
Van belang bij dit alles is natuurlijk de politieke situatie in Beemster. Er ontwikkelt zich oppositie buiten de raad die zich keert tegen de consensus die op een aantal grote dossiers in de raad van Beemster heeft bestaan en nog steeds bestaat. Uiteraard is het een goed recht van burgers om zich te keren tegen plannen van het bestuur, maar bestuurders zijn in mijn ogen geen knip voor hun neus waard als bij het eerste zuchtje tegenwind als de spreekwoordelijke rietstengel meebuigen. Hoewel de contestanten naar mijn wijze van zien over vrijwel de hele linie ongelijk hebben, is het natuurlijk altijd verstandig de dialoog te zoeken(Ik zal daar in een volgend commentaar wel wat dieper op in gaan): of het nu de bedreiging van het werelderfgoed of de omvang van de woningbouw betreft of de kwaliteit van het welstandsbeleid.
Die oppositie maakt het dus de komende tijd wat spannender in de Beemster politiek. Het zou dan ook een verlevendiging van het politieke veld zijn als de Manifest groep ( of enkelen uit die groep die zich daartoe geroepen voelen, want de samenwerking is nog fragiel) zich op zo kort mogelijke termijn tot een politieke partij zou transformeren, die in 2010 samen met de SP en Groen Links, naast de bestaande partijen om de kiezersgunst zou dingen.
Al met al dus reden genoeg om eens een keer van standpunt te veranderen.
Jos Dings 22 oktober 2008

Besodemieterd en bedrogen

maandag, maart 20th, 2006

(vrij naar M. Borsato)

Inmiddels is de nieuwe raad van Beemster geïnstalleerd. Dat ging gepaard met het nodige feestgedruis. Zoals te begrijpen valt was mijn stemming niet zo feestelijk. Ik voel me door de houding van de BPP nog altijd besodemieterd en bedrogen. Zeker nu deze partij doorgaat met het rondstrooien van platte verhaaltjes waarom de PvdA buiten het college is gehouden. Zoals ik in mijn vorige bericht heb laten zien gaat het bij de onderhandelingen om de leeftijd van onze kandidaat. Dat was de enige hobbel, want over de andere punten bestond een basis van overeenstemming. Ik heb in elk geval tijdens de besprekingen niets anders gehoord.
Inmiddels ben ik tot de overtuiging gekomen dat de BPP het vooropgezette plan heeft gehad ons buiten de coalitie te houden. Dat standpunt mogen ze hebben, omdat er natuurlijk geen verplichting is om met de PvdA in zee te gaan. Maar zeg dan waarop het staat en verschuil je niet achter allerlei huichelachtige praats. Zeg bijvoorbeeld dat je de PvdA primair verantwoordelijk houdt voor het feit dat de BPP vier jaar geleden buiten het college is gehouden, of dat je je stoort aan het arrogante gedrag van de lijsttrekker die de BPP voor laf en onvolwassen uitmaakt omdat ze de naam van de wethouder niet willen noemen. Dat zijn allemaal te respecteren redenen.
Het mag ook duidelijk zijn dat ik geen probleem heb om voor vier of 8 jaar oppositiepartij te zijn. Die kans loop je in een democratie en dat accepteer ik volmondig. Dat VVD en CDA de door de BPP geboden mogelijkheid kiezen vind ik dan ook meer dan begrijpelijk.
Waarom denk ik dan aan opzet. De sleutel daarvoor zit in het verhaaltje dat Joop Droog bij het afscheid van Jan Dolf Abraham hield. Zoals altijd was het wat cryptisch bij Droog, maar ja als ie wat zegt, heeft het meestal betekenis. De sleutelterm was maatwerk. Kort en goed komt het er op neer dat hun wethouder en Jan Dolf Abraham geen maatwerk op zou leveren. Dat is plausibel, zeer plausibel zelfs gezien de uitmuntende bestuurlijke kwaliteiten van Abraham. De eigen kandidaat, Hefting, moest dus beschermd worden en hand vermoedelijk zijn zinnen gezet op dezelfde portefeuille als Abraham: geen maatwerk kortom. Vanwege zijn overlopen van PvdA naar BPP kwam het Hefting vermoedelijk niet uit dat er een PvdA-wethouder zou komen. Door eliminatie van de enige beschikbare PvdA-kandidaat kon het dynamisch duo Droog-Hefting de PvdA buiten de deur houden. Het kleurt het verraad van Hefting des te meer in.

Ik houd van politieke duidelijkheid. In de Beemster politiek is het niet gebruikelijk om man en paard te noemen. Ik behoor niet tot die school. Hoewel ik in theorie een collegevorming met de BPP naar de toekomst niet uitsluit, sluit ik wel uit dat er in deze gemeente ooit een college komt dat als wethouders de namen Hefting of Droog èn Dings bevat. Daarvoor botsen de karakters te veel.Een dergelijk zo samengesteld college had overigens ook rond deze coalitievorming niet gevormd kunnen worden. Die opstelling geldt uiteraard zolang ik nog enige invloed binnen de PvdA heb.
De consequentie kan zijn dat ik door die opstelling geen wethouder kan worden, zolang de BPP de grootste partij is. Dat zij dan maar zo.
Heb ik dan lol in de oppositie? Het antwoord is bevestigend. Zoals ik meerdere mensen na 10 maart heb verteld, heb ik overwogen op te stappen. De redenen daarvoor waren het niet halen van de gestelde doelen en niet in de laatste plaats de onbetrouwbare opstelling van de BPP. Uiteindelijk heb ik dat niet gedaan, omdat ik en mijn partijafdeling en mijn kiezers niet in de steek heb willen laten. De Beemster raad verdient een stevige oppositie, die zakelijk-inhoudelijk coalitie-akkoord, collegeprogramma en het handelen van het bestuur beoordeelt. Dat geldt ook voor de positie van de beoogd wethouder Hefting. Ik wens hem veel wijsheid toe: geluk is een beetje te veel van het goede. Door de grootschalige woningbouwplannen, de invoering van de WMO, de veranderingen in de agrarische sector en meer van dat alles zal van de bestuurskracht van dit college het maximale gevergd worden en ik twijfel ernstig aan de dynamiek en bestuurlijke daadkracht, kortom of de samenstelling van dit college wel maatwerk is.

Ledenvergadering PvdA steunt fractie en Jan Dolf Abraham

woensdag, maart 15th, 2006

Ledenvergadering PvdA Beemster steunt Jos Dings en Jan Dolf Abraham.

Tijdens een op 13 maart gehouden ledenvergadering hebben de leden van de PvdA Beemster hun steun uitgesproken voor de gevolgde onderhandelingsstrategie, ook al heeft die tot consequentie dat de PvdA in de oppositie komt.
Jos Dings heeft aan de hand van het onderhandelingsverslag van de griffier de leden geïnformeerd over de gevoerde gesprekken met de BPP.
De BPP heeft tijdens de tweede onderhandelingsronde Jan Dolf Abraham tot inzet van de onderhandelingen gemaakt. Abraham, kandidaat-wethouder van de PvdA was in de woorden van Joop Droog, de BPP-onderhandelaar te oud. Dit gold volgens Droog ook voor de wethouders van CDA en VVD. De BPP zou bij de gesprekken met andere partijen de zelfde lijn hanteren. Een tweede probleem dat de BPP had met alle wethouderskandidaten had was het gebrek aan continuïteit na vier jaar, omdat de huidige kandidaten voor het wethouderschap dan allemaal ouder dan 65 zouden zijn.
Uit de afloop van de onderhandelingen valt af te leiden dat dit een dro(o)greden van het allerlaagste allooi is. Naast de BPP-wethouderskandidaat Han Hefting die 46 is, figureren Mia Ruijs met 62 en Jan Klaver met 61 als wethouder.
In het persbericht van de BPP van 13 maart stelt Nico de Lange dat er barrières waren in het overleg met de PvdA, maar de Beemster burger mag niet weten welke die zijn. Dat is een schrijnend voorbeeld van laffe communicatie. BPP en PvdA waren het eens over de inhoud van een collegeprogramma. Op dat terrein waren de barrières opgeruimd. Het ging de BPP dus alleen maar om de persoon van Jan Dolf Abraham. Ook dit is een laffe manier van eerst de man en dan de bal spelen. Want tijdens de onderhandelingen weigerde de BPP inhoudelijke bezwaren tegen Abraham te noemen met als schijnheilig argument dat dit kwetsend naar de persoon zou zijn. Je kunt je de vraag stellen wat kwetsender is: ronduit zeggen waar het op staat of met een schijnheilige glimlach zeggen dat je iemand niet moet, maar dat hij niet mag weten waarom. Volwassen zou zijn om man en paard te noemen. Maar de BPP kiest er voor om met meel in de mond te praten. Dat beloofd wat voor de Beemster burgerij.
Tijdens de ledenvergadering hebben de leden de leden ook verontwaardigd gereageerd op de kandidaat van de BPP. Han Hefting is lid van de PvdA en heeft in december 2005 nog de ledenvergadering van de PvdA bijgewoond waar de lijst werd vastgesteld. De conclusie van de vergadering is dat hij een ordinaire overloper is die kennelijk liever op het pluche zit, dan dat hij zijn principes volgt. Door dit gedrag heeft Hefting bij voorbaat alle krediet verloren. Persoonlijk voel ik me verraden door deze persoon.
Niettegenstaande dit harde oordeel zal de PvdA wel kiezen voor een zakelijke benadering van dit BPP-kabinet. De wethouders en de coalitie zullen op hun daden worden beoordeeld. De ledenvergadering steunde ook deze benadering.

Omdat de kiezer recht heeft om te weten wat er over de wethouderskandidaten is besproken voeg ik hierbij een deel van het onderhandelingsverslag tussen BPP en PvdA dat hierop betrekking heeft. Ook voeg ik het lijstje van 9 vraagpunten toe, die de PvdA op verzoek van BPP heeft beantwoord. Die vraagpunten leverden geen discussie op.

Onderhandelingsverslag 9 maart 2006
Dhr. Droog merkt op, dat de BPP noch links, noch rechts is. Er liggen geen bloedlijnen naar andere partijen.
Zijn partij is zwaar gemotiveerd om zaken te doen met de PvdA, zij het dat sommige paradepaardjes van de PvdA niet die van de BPP zijn.
Alle partijen hebben te kennen gegeven een wethouder te willen leveren. Er is sprake van een handicap voor wat betreft de leeftijd van de kandidaten. Hij vraagt de PvdA om die reden of er mogelijkheden zijn om met een andere kandidaat te komen.
Dhr. Dings zegt, dat zijn partij z’n ‘eigenaardigheden’ heeft. De nadruk ligt op milieu, duurzaamheid en natuurontwikkeling. Hij vindt, dat je bij een wethouderskandidaat uit moet gaan van de kwaliteit van de persoon en niet van leeftijd. De kandidaat van de PvdA is welbewust naar voren geschoven. Hij is niet bereid om diens kandidatuur op voorhand in te trekken. Dit is nu niet bespreekbaar. Eerst zal de ledenvergadering zich hierover moeten uitspreken. Ingeval van heroverweging zal in ieder geval de wethouderskandidaat van de BPP bekend moeten zijn. Hij zegt de afwijzingsgronden van de BPP niet te accepteren.
Dhr. Droog zegt, dat de kandidaat van de BPP aan de eisen voldoen. De kandidaat van de BPP is circa 45 jaar oud.
Dhr. Heikens vindt, dat de BPP voorbij gaat aan de zorgvuldige keuze van de PvdA. Dhr. De Lange is van mening, dat de naam van de kandidaat van de BPP in deze fase van de onderhandelingen niet belangrijk is. Dhr. Dings spreekt dit tegen.
Dhr. Droog zegt, dat de BPP ten opzichte van de andere partijen op dezelfde wijze insteekt.
Dhr. Dings merkt op, dat dhr. Abraham voor zijn partij de meest geschikte wethouderskandidaat is. Dhr. Droog constateert dat er geen lucht is voor ruimte in het standpunt van de PvdA. Hij licht toe, dat de BPP vreest dat de beoogde wethouders er gelet op hun leeftijd na 4 jaar mee zullen stoppen. Hij gunt een management van de gemeente meer continuïteit.
Dhr. Dings merkt desgevraagd op, dat 3 in plaats van 2 wethouders voor zijn partij geen barrière oplevert. De heer Schagen stelt voor om even te schorsen. Dit voorstel wordt niet overgenomen.

Beantwoording vragen BPP tijdens eerste verkennende ronde coalitie overleg van 8 maart 2006 te Middenbeemster.

1) Coalitie: De PvdA is bereid deel te nemen aan een coalitie met de BPP. De ledenvergadering van maandag moet zich daarover uitspreken. Een driepartijencoaltie wordt niet uitgesloten. Een vierpartijencoalitie is niet realistich.
2) Wethouder:De PvdA claimt in dat geval een wethouderskandidaat. De formatie bedraagt 1,8 fte, bij voorkeur te verdelen in 2 x 0,9
3) WMO: op basis van de huidige kennis van de wet zal er niet sprake zijn van een lastenverzwaring voor de burgers in het algemeen. Op verstrekkingenniveau kan dit niet worden uitgesloten. Wel goede beheersing Persoonsgebonden budget(PGB)
4) Samenwerking: de PvdA kiest voor samenwerking in diverse bovengemeentelijke verbanden zoals de stadsregio Amsterdam, ISW en voormalige pilotgemeenten op basis van eigen kracht. Samenwerking wordt ten allen tijde getoetst aan de toegevoegde waarde voor gemeente en burgers. Niet elke samenwerking levert voldoende op.
5) Jeugdzorg/jeugdbeleid: heeft voor de PvdA een hoge prioriteit. Integraal beleid door drempelloze samenwerking van professionals.
6) Belastingen: De gemeentelijke mogelijkheden op belastinggebied zijn geëlimineerd of tot een uiterste minimum beperkt, dus noodzakelijkerwijs terughoudend.
7) RO: zorgvuldig omgaan met de gemeentelijke expansie in het woningbouwprogram. Keuze voor sociale woningbouw heeft hoge prioriteit. Verkeerscirculatieplan vereist.
8) Nieuw beleid: Zorgvuldig nagaan of middelen beschikbaar zijn voor voetbalvelden, gemeenschapsvoorzieningen e.d. maar wel doen als die middelen er zijn. Niet speculeren op middelen die pas op een veel later tijdstip uit de exploitatie komen of daar in elk geval terughoudend mee omgaan.
9) Nieuw Bestemmingsplan: Des Beemsters of onderdelen daarvan vormen een van de (niet dé) onderlegger(s) van het nieuwe bestemmingsplan. Daarover is gezien de behandeling van de nota van wijziging en de bevindingen van de werkgroep overeenstemming.

PvdA op oneigenlijke gronden buiten coalitie gehouden

maandag, maart 13th, 2006

De PvdA en de BPP hebben tijdens de raadsverkiezingen van 7 maart stemmenwinst behaald. De VVD en het CDA hebben stemmen verloren. De verhouding in Raadszetels is echter gelijk gebleven. De BPP heeft als grootste partij het initiatief genomen voor onderhandelingen. Tijdens een tweede gesprek bereikte ons het verzoek of we bereid waren een andere wethouderskandidaat dan Jan Dolf Abraham te leveren. Als argument werd diens leeftijd en de gevolgen voor de continuïteit van goed bestuur genoemd. De BPP zag graag een kandidaat die voor langere periode beschikbaar zou zijn voor de gemeente. Er werd geen gehoor gegeven aan het nadrukkelijk verzoek van de PvdA om ook de kandidaat wethouder van de BPP te noemen. Volstaan werd met de mededeling dat deze circa 45 jaar oud is. De reactie van de Pvda was dat er vooralsnog geen inhoudelijke redenen gehoord werden om dit verzoek met een positief advies aan de ledenraad van maandag 13 maart voor te leggen. Het genoemde leeftijdsargument was onacceptabel. De korte programmatische bespreking leverde geen inhoudelijke problemen op. De BPP gaf aan zwaar gemotiveerd te zijn om zaken te doen met de PvdA.
Op 10 maart (een etmaal na de tweede bespreking) heeft de BPP ons telefonisch meegedeeld dat hun keuze gevallen is op een coalitie met VVD en CDA.
De Partij van de Arbeid voelt zich op oneigenlijke gronden buiten spel gezet, want:
- de afwijzing steunt louter op afwijzing van onze kandidaat wethouder.
- het leeftijdscriterium is niet steekhoudend: de wethouderskandidaten van CDA en VVD zijn beide ouder!
- op geen moment is de kandidaat van de BPP onderwerp van gesprek geweest. Hierdoor wat er tijdens de gesprekken geen sprake van gelijkwaardigheid.
- er is ons geen tijd gegund om de ledenraad over een en ander te consulteren.
Een en ander betekent dat de PvdA de komende periode in de oppositie zal zitten.
De coalitie zal op inhoudelijke gronden zakelijk tegemoet getreden en beoordeeld worden.
De PvdA zal ook in de oppositie voortgaan met het ontwikkelen van ideeën en contact houden met de bevolking.

Beemster Verkiezingen: gelijke uitslag maar toch niet gelijk

donderdag, maart 9th, 2006

De Beemster verkiezingsuitslag: gelijk en toch niet gelijk

De kiezer heeft gesproken. In Beemster leidt dat er toe dat alles qua zetelverdeling bij het oude blijft. De BPP houdt vijf zetels, de PvdA drie, de VVD drie en het CDA twee. Dat is een verrassende uitkomst. In elk geval had ik verwacht dat de PvdA zetelwinst kon boeken, maar voor een voor de PvdA positieve verdeling van restzetels kwamen we enkele tientallen stemmen te kort.
In de eerste plaats wil ik evenwel de 1168 kiezers bedanken die op de PvdA hebben gestemd en die vertrouwen hebben gehad in de door de PvdA voor Beemster uitgestippelde koers en de kandidaten op de lijst. De kiezers hebben ons wel verrast, door zoveel voorkeursstemmen uit te brengen op Caroline van de Berg, dat zij rechtstreeks in de raad is gekozen. Voor Caroline is dat een fantastisch resultaat.
In de tweede plaats wil ik de PvdA vrijwilligers bedanken die met mij en de andere kandidaten campagne hebben gevoerd.
In de derde plaats wil ik Nico de Lange feliciteren met de consolidatie van de positie van de BPP. De BPP heeft in mijn ogen een goede en faire campagne gevoerd. Het stemmenaantal is daardoor opgelopen tot 1688 kiezers, waardoor de BBP nu over vijf solide zetels beschikt.
Jan Klaver (VVD) en Arie Commandeur(CDA) wil ik ook met hun resultaat feliciteren. Het resultaat is weliswaar niet wat ze hebben beoogd, namelijk stemmenwinst, maar de zetels zijn bevestigd. Gezien de landelijke trend van hun beider partij is dat nog een aardig resultaat.

Uit reacties van kiezers zowel in de campagne als tijdens de stemdag valt op te maken dat de kiezer de coalitiepartijen toch nog een kleine tik op de vinger heeft willen geven voor de coalitietactiek bij de collegevorming van 2002. Zoals bekend besloten PvdA, VVD en CDA toen zonder de BPP een coalitie te vormen. De partijen hebben besloten dat nu niet te doen, maar uit diverse reacties viel op te maken dat niet iedereen dat vertrouwde. Natuurlijk spelen ook andere oorzaken een rol, los van landelijke trends. De coalitiepartijen hebben in 2003 en 2004 de tarieven van de OZB sterk verhoogd om de gemeentebegroting sluitend te maken. Daar zal niet iedere burger tevreden over zijn geweest. Toch vonden wij dat toen noodzakelijk en de BPP niet. Ook zijn er beslissingen genomen zoals de verkoop van de Smidse, die niet iedereen welgevallig zijn. Toch is ook dat een noodzakelijkheid geweest. De gemeente heeft dat pand als eigenaar verwaarloosd en had er geen geld voor over: het onderhouden van gemeentelijke monumenten is een kostbare zaak.
Dat zijn zomaar een paar redenen die ik kan bedenken waardoor de BPP zijn positie heeft kunnen versterken.

Hoe nu verder. De BPP heeft als grootste partij het initiatief genomen tot college-onderhandelingen. Gisteren hebben Caroline en ik een eerste verkennend gesprek gehad met de BPP-delegatie bestaande uit Nico de Lange, Leo Schagen en Joop Droog. Ook VVD en CDA hebben zo’n gesprek gehad. Ik vond het een plezierig gesprek waarin de bereidheid van de PvdA werd afgetast om in een coalitie deel te nemen. Tevens zijn inhoudelijke thema’s zoals de nieuwe welzijnswet WMO, Jeugdbeleid en gemeentelijke samenwerking door de BPP aangekaart. Van onze kant hebben wij nog het ruimtelijke ordeningsbeleid, de woningbouw en het belang van een goede kwaliteit van het gemeentelijk apparaat benadrukt.
Het gaat om een eerste verkenning, dus het is te vroeg om conclusies te trekken, maar de sfeer was prima.
Wij zijn kortom bereid om met de BPP te ‘regeren’, als dit de uitkomst van het beraad is. Dat hebben Jan Dolf Abraham in het Dagblad Waterland en ikzelf in de Polder Express van gisteren ook uitgesproken. Er zijn weliswaar verschillen, maar die lijken mij op dit moment niet onoverbrugbaar. Maar ik moet er van uit gaan dat VVD en CDA dat ook met de BPP willen, dus er is sprake van gezonde competitie.
Ik blijf het evenwel jammer vinden dat de BPP nog steeds niet bekend wil maken met welke wethouder ze de gemeente willen besturen.
Vanavond vindt er een nieuw beraad plaats. In de vorm van een dagboek van een onderhandelaar zal ik hier op de site af en toe melding van maken. Daar wil ik bij opmerken dat mijn persoonlijke voorkeur er eerder naar uitgaat om het onderhandelingsproces in volledige openbaarheid te voeren, maar daar willen de anderen nog niet aan.

Tenminste een hoofdpijndossier minder

vrijdag, maart 3rd, 2006

Op 2 maart heeft de gemeenteraad in zijn laatste vergadering van deze zittingsperiode besloten groen licht te geven voor de bouw van een manage voor de Beemster Ruiters aan de Nekkerweg. Daarmee komt voorlopig een einde aan wat ik gisteren een “hoofdpijndossier” heb genoemd ( er kunnen immers nog procedures volgen door belanghebbenden of personen die menen dat te zijn).
Het was al jaren duidelijk dat Beemster Ruiters moesten vertrekken van hun huidige plek in verband met de bestemming van dat gebied als woningbouwlokatie. Met nieuwe lokaties is vervolgens jaren lang geleurd. De gemeente heeft voor dat doel o.a. het ‘land van Mulder’ aan de Middenweg aangekocht. Doordat bewoners aan de middenweg zich met langdurige procedures dreigden te verweren, heeft de gemeente van die plek afgezien. Vervolgens zijn diverse andere plaatsen in beeld geweest, in bijna alle windrichtingen van de Beemster. Voor een deel zijn die door politieke opportuniteit (land van Schoon) of kosten voor de BR gesneuveld( Hobrederweg). Een belangrijke tussentijdse stap in dit dossier was dat de gemeente tegen de ruitervereniging zei, dat ze zelf voor de gronden moesten zorgen en dat vervolgens de gemeente wel voor een deel van de aanleg zou zorgen.
Dit heeft tot de aankoop van het land aan de Nekkerweg geleid. Daar is op zich zelf niets mis mee.
Toch heb ik daar gisteren nog enkele kritische opmerkingen over gemaakt. Ik ben met mijn fractie van mening dat de gemeente door de BR enigszins aan zijn lot over te laten, ook een deel van de ruimtelijke regie kwijt is geraakt. Als dat eenmaal is gebeurd kan je vervolgens weinig eisen meer stellen aan de ruimtelijke onderbouwing van de plannen of zoals het in modern jargon heet: beeldkwaliteitsplan. In mijn fractie zijn we namelijk wel geschrokken van de omvang van het nieuwe complex in dit ongebouwde deel van de Nekkerweg.
In de totale belangenafweging zijn we uiteindelijk wel met het collegevoorstel meegegaan.

Een ander hoofdpijndossier kreeg gisteren ook een voorlopige afronding. Het gaat in dit geval over de affaire Doets. S. Doets wil aan de Mijzerweg op een bestaand agrarisch bouwvak een woonhuis met stallen plaatsen voor het afweiden van vee. De heer Doets vindt zijn bestaan in de vleeshandel en in de verkoop van versproducten. Het bestemmingsplan vraagt in geval van het bebouwen van een agrarisch bouwvak om een volwaardig agrarisch bedrijf.
Volgens de gemeente en een deskundig bureau levert dit afweidingsbedrijf geen volwaardig agrarisch bedrijf op, ook al zou dat voor de combinatie van activiteiten misschien wel het geval zijn. De PvdA-fractie heeft in 2005 op procedurele gronden de steun aan dit standpunt onthouden. De rechter vond later dat de gemeente ook het standpunt van een door Doets ingehuurd adviesbureau mee had moeten laten wegen.
Inmiddels is dit gebeurd. Ook een aanvullend advies van dit bureau geeft geen uitsluitsel over de volwaardigheid als agrarisch bedrijf. Doets slaagt er kortom niet in ons en de andere partijen in de raad te overtuigen van dit feit. Ik denk dat alleen een goede businesscase met overtuigende cijfers de raad ook in de toekomst zou kunnen overtuigen van de plannen. Als Doets zich daar op zou concentreren en niet op het bevechten van (juridische) windmolens en het maken van straatlawaai, dan zou hij overtuigender overkomen, maar ja dat lijkt op dit moment te veel gevraagd, want er zullen nog wel enkele procedures volgen.

Politiek in Westbeemster

maandag, februari 27th, 2006

Donderdag 23 februari streken de lijsttrekkers neer in De Kerckhaen in Westbeemster. Het dorpsoverleg was de uitnodigende partij. In de zaal circa 45 personen. Tijdens de bespreking zijn een aantal thema’s aan de orde gekomen die min of meer met Westbeemster samen hangen.

In de eerste plaats ontstond er enige discussie over woningbouw. Mijn stelling dat er aan de Jisperweg tussen de Hobrederweg en de Oosthuizerweg ruimte was voor verdichting via enkele woningen (linten) viel niet in goede aarde. Zeker het idee dat dit robuuste bebouwing zou kunnen zijn à la het nog te realiseren Westenburgh krijgt geen weerklank. Met name de druk op landbouwgrond is een belemmering. Daar zit wel wat in. Dat betekent dat een dergelijk plan uitsluitend in samenwerking met de bewoners en het dorpsoverleg tto stand kan komen. Uit de zaal kwam de suggestie om aan de Landbouwlaan in westelijke richting beperkte nieuwbouw te plegen. Ik gezegd dat ik dat wel wil bekijken. De andere lijsttrekkers reageerden op vergelijkbare manier. Ruimte zien de politieke partijen ook voor woningbouw bij vrijkomende bedrijfslokaties.
De zaal vond dat we wat actiever moesten zijn. Dit stond vervolgens de dag later wat kort door de bocht in Dagblad Waterland Ook hier geldt dat er voldoende draagvlag moet zijn. In de jaren negentig heeft het aan dat draagvlak ontbroken, waardoor de gemeente toen geen verder plannen heeft gemaakt. Het kan verkeren.

In het programma van de BPP staat dat men de sloot langs de Jisperweg vanaf het klooster tot aan de Veeteeltlaan zou willen dempen ten behoeve van de verkeersveiligheid. Kinderen lopen nu gevaar als ze uit de Lourdessschool de weg op gaan. Het voorstel moet begrepen worden als een haalbaarheidsstudie. Zo opgevat is daar geen bezwaar tegen. Met name het idee dat het gedempte stuk ook een ‘plein’-karakter kan krijgen, spreekt me wel aan. Overigens vind ik dat bij een haalbaarheidsstudie ook een wandelpad langs de kerk en het klooster onderwerp van onderzoek moet zijn. Ook een ontsluiting achterlangs de kerk vind ik een optie. Daar is wel de medewerking van de kerk en de particuliere eigenaren voor nodig. Maar juist in zo’n hechte gemeenschap als de West, lijkt me dat je daarover moet kunnen spreken. Hierin kan het dorpsoverleg een belangrijke rol spelen.

De verkeersveiligheid is ook door het vrachtverkeer een heikel punt. De suggestie om de weg gedurende de periode dat de kinderen naar school gaan en de school verlaten te verbieden voor vrachtverkeer spreekt me wel aan. Ook hier kan het dorpsoverleg er voor zorgen dat er voldoende draagvlak ontstaat bij de bewoners. Dit maakt het voor de gemeente makkelijker om hierop beleid te ontwikkelen. Handhaving van 30 kilometer zones wordt overigens steeds urgenter. Naar ik van wethouder Walgering van Zeevang begreep zijn er inmiddels een aantal uitspraken van de rechter, die het Openbaar Ministerie verplichten om wel te handhaven bij snelheidsovertredingen in duurzaam veilige gebieden. Ik steun het opnemen van die handhaving in het collegeprogramma.

Simon Doets stelde namens zich zelf en andere jonge ‘agrariërs’ de vraag aan het forum of de gemeente wel voldoende oog heeft voor jonge ondernemers die uit willen breiden en vernieuwen. Het antwoord op die vraag is in zijn algemeenheid ja, maar er zijn gewoon regels waar de gemeente zich aan moet houden en dat geldt ook voor die jonge ondernemers en dat is in dit specifieke geval niet de grootste kracht van deze ondernemer. Met name het oude bestemmingsplan, dat zeker nog tot 2008 van toepassing is, stelt als strenge eis dat er sprake moet zijn van volwaardige agrarische bedrijvigheid, wil er op een beschikbaar bouwvak ook gebouwd kunnen worden.

Westbeemster kent een dorpsoverleg. Vanuit de PvdA steunen we de gedachte dat buurten en dorpen binnen Beemster hun specifieke belangen naar voren brengen. In de nieuwe raad wil ik er voor pleiten dat we dit dorpsoverleg en een eventueel in Zuidoostbeemster op te richten dorpsoverleg betrekken bij het beleid in de gemeente. Ik heb nog geen berichten gehoord of er behoefte is aan een dorpsraad in Middenbeemster. Mocht die behoefte er wel zijn dan verneem ik dat graag.

Samenwerken of fuseren: slim organiseren om zelfstandigheid te behouden

dinsdag, februari 21st, 2006

Gisteren 20 februari hielden de gezamenlijke VVD-afdelingen Beemster, Graft-De Rijp, Schermer en Zeevang een bijeenkomst over de zelfstandigheid van die vier gemeenten. Aanleiding was de nieuwjaarstoespraak van Commissaris der Koningin Borghouts, waarin deze een ondergrens voor goed functionerende gemeenten bij 30.000 inwoners legde.
De vier gemeenten hebben nu ongeveer 26.500 inwoners en een gezamenlijk oppervlak van ongeveer 21.300 hectare. Met de woningbouw in de vier gemeenten (ongeveer 2000 woningen tot 2015 kan het bevolkingsaantal oplopen tot om en nabij 30.000.
De heer Kuin is als ervaringsdeskundige en ex-VVD-raadslid van Obdam voorstander van het fusiemodel van onderop. Per 1 januari 2007 gaan de gemeenten Westerkoggenland en Obdam fuseren en vormen dan een nieuwe gemeente Koggenland, met ongeveer 21.500 inwoners. Hij kreeg uit de zaal, die goed gevuld was met lokale politici van alle partijen geen handen op elkaar.
Dat neemt niet weg dat criteria als bestuurskracht, goede dienstverlening aan burgers, efficiënte organisatie, kwaliteit van werken en toekomstbestendigheid voor elk raadslid en elk gemeentebestuurder van belang zijn om toe te passen.
VVD-gedeputeerde Hooijmaijers houdt er een van de CdK afwijkende visie op na. Hij blijkt geen voorstander van opgelegde fusies en kiest voor een model waarbij gemeenten op federatief niveau samenwerken, met een gezamenlijke centrum voor beleid en uitvoering dat gedeelde diensten verricht in opdracht van colleges en gemeenteraden. Dit model is op dit moment gedeeltelijk van toepassing op de vier gemeenten.
Tijdens die bijeenkomst heb ik mij ook op dit standpunt gesteld. Ik denk dat de vier gemeenten hun zelfstandigheid kunnen behouden als ze hun zaken gezamenlijk slim organiseren. Overigens is het niet per sé zo dat alles door deze vier gemeenten samen moet gebeuren. Beemster en Zeevang hebben in ROA en ISW-verband ook gezamenlijk regelingen, bijvoorbeeld t.a.v. de GGD en de Jeugdzorg. Dat geldt op andere vlakken weer voor Graft-de Rijp en Schermer die meer op Alkmaar leunen. Sociale zaken doen de vier nu samen en dat zelfde zou kunnen op het gebied van personeel, organisatie en grondgebiedszaken.

Wat een beetje steekt is dat de klad in de samenwerking lijkt te komen. Niet iedereen wil op dezelfde manier werken: de ene bestuurder lijkt wat meer fusiegezind dan de andere bestuurder. Op 1 januari is de pilot die de vier gemeenten met elkaar hadden afgelopen, maar ze hebben de bereidheid uitgesproken om door te gaan. Ik ben evenwel van mening dat de nieuwe raden het samenwerkingsverhaal opnieuw en strak moeten vastleggen. De ambities moeten duidelijk zijn en aan bestuurlijk getreuzel moet een einde komen. Dat is de enige manier om de vier gemeenten nog in lengte van jaren zelfstandig te houden.

Verkiezingsdebat

maandag, februari 20th, 2006

Op 16 februari hebben ik en mijn politieke collega’s/concurrenten – Nico de Lange (BPP), Arie Commandeur (CDA) en Jan Klaver (VVD) onze eerste publieke confrontatie gehad in Het Heerenhuis in Middenbeemster. De opkomst was behoorlijk, al waren er wel veel partijgangers onder het publiek. Over vier onderwerpen – wonen, werken, welzijn, buitengebied – konden we de denkbeelden van onze partijen aan elkaar en aan het publiek toetsen.
Het was ook het eerste publieke optreden van Arie Commandeur als politiek leider van het CDA. Ik heb respect voor de moed die Arie heeft, door met zijn handicap en op niet zo jonge leeftijd de politieke arena in te gaan. Hij bracht het er behoorlijk van af, wat ook wel terecht is voor een overtuigd schoolmeester.

Bij het thema wonen verschillen de partijen eigenlijk alleen van mening over de aantallen nieuw te bouwen woningen in Middenbeemster: meteen 400 stuks (BPP) of 240 nu en de rest later (de overige drie partijen; zie ook Waterlands Wonen 2). Er zijn kleine verschillen of, en zo ja, waar je lintbebouwing moet toestaan. De PvdA ziet daar eigenlijk alleen wat in in de Zuidoosthoek. Nieuwe dorpen komen in niemands agenda voor. Kleinschalige bouw in West- en Noordbeemster is een gedeelde visie.
Over de verdeling van die woningen denken we verschillend. De PvdA streeft naar 350 woningen voor starters, met de nadrukkelijke eis dat die woningen betaalbaar zijn. Hierover moeten afspraken gemaakt worden in het collegeprogramma. Ik heb voorgesteld om in elk geval naar een Koopgarant-regeling of iets dergelijks te streven. Van die 350 woningen kan en moet er ook een deel via betaalbare huur beschikbaar komen. Daarover kwamen terecht vragen uit de zaal.

Bij het thema werken lijken de verschillen iets groter. Maar eensgezind is iedereen over het belang van de agrarische sector. Ook wil elke partij wel nadenken over kleinschalige bedrijventerreinen en de uitbreiding daarvan, bijvoorbeeld aan de Vredenburgweg in Zuidoostbeemster. Heel anders is dat echter bij Insulinde/Bamestra: uitbreiding van dit bedrijventerrein is voor VVD en BPP onbespreekbaar, terwijl PvdA en CDA dat niet bij voorbaat uitsluiten, op voorwaarde dat daaraan echt behoefte bestaat. Ik vind dat we zo’n uitbreiding met 4 à 5 hectare ‘over de Jispersloot’ moeten overwegen, zeker nu de BPP ons vraagt na te denken over een noordwestelijke rondweg om Middenbeemster.
De mogelijke uitbreiding van de bedrijventerreinen in Middenbeemster betekent ook een betere verhouding tussen wonen & werken – en elke partij streeft luid & duidelijk naar een verbetering van die woon-werkbalans. Als we in Beemster tussen nu en 2015 een kleine 1000 woningen laten bouwen, kun je niet volhouden dat de bewoners ervan maar moeten gaan werken in Purmerend, Amsterdam of de Jaagweg bij Avenhorn. Een eventuele uitbreiding vraagt overigens wel om een goed onderbouwd beeldkwaliteitsplan.

Het thema welzijn leverde weinig verschillende inzichten op. Elke partij is trots op het aantal vrijwilligers in Beemster. Het vrijwilligers- en subsidiebeleid mogen er zijn. Toch is er geen reden tot zelfgenoegzaamheid. Met name de komst van de wet op de Maatschappelijke Ondersteuning zal het nodige van zowel de gemeente als het maatschappelijk draagvlak in de gemeente gaan vergen vanaf 2007. De PvdA zet in op maximale particpatie door de inwoners van Beemster.
Verdeeldheid is er wel over de koopflats van Woonzorg in het Beatrixpark. De BPP vindt dat daar ook huurwoningen bij moeten zijn. Ik denk dat we in deze buurt vooral gebruik moeten maken van de eigen – nieuwe – mogelijkheden die we als gemeente krijgen bij de bouw van het vierde kwadrant.
Een moeilijke vraag uit de zaal was voor alle partijen, hoe om te gaan met armoede in de gemeente. De vinger leggen op verborgen armoede is niet eenvoudig en het aantal minima is – gelukkig – niet zo groot. Met de bijzondere bijstand kan de gemeente ook maar in beperkte mate beleid maken.

Ook het thema buitengebied leidde niet ot grote verdeeldheid. Iedereen wil dat boeren hun bedrijf kunnen blijven uitoefenen, maar er moet meer ruimte komen voor nieuwe functies als zorg, toerisme en recreatie. Die ontwikkeling mag niet leiden tot serieuze belemmeringen voor de boeren, omdat zij vooralsnog de belangrijkste instandhouders van het Beemster cultuurlandschap zijn. Schaalvergroting op agrarisch gebied moet ook in de ogen van de PvdA kunnen. Wij willen dit dan ook, samen met de andere partijen, vastleggen in het nieuwe bestemmingsplan. Maar hulp en middelen van derden bij herstructurering van bedrijven is wel gewenst.

Kort en goed: als nieuwe PvdA-lijsttrekker vond ik deze avond onderhoudend en zeker ook ’stressy’, maar al met al ben ik er tevreden over. Na het debat kreeg ik wel te horen dat ik teveel nadruk leg op de economie. Ik vind dat onderwerp belangrijk, omdat ik denk dat een actieve opstelling van de lokale overheid, samen met boeren en andere ondernemers, de vitaliteit van een zelfstandige gemeente Beemster kan waarborgen. Ik heb geen al te groot geloof in de maakbaarheid van de samenleving, maar dat stilzitten positief werkt geloof ik beslist niet.
Zo is het voor het winkelhart van Middenbeemster één minuut voor twaalf. De huidige supermarkt is economisch geen hoogvlieger en wordt dat evenmin. Ook de overige middenstand heeft het niet makkelijk. Actie van gemeente en ondernemers is gewenst, en liefst gezamenlijk. Als het aan mij ligt, komt er na de verkiezingen een stuurgroep van gemeente en ondernemers, die een samenhangende visie ontwikkelt. Dat plan moet aantrekkelijk zijn voor de middenstand, de Beemster burgers en uiteraard ook voor investeerders. We moeten alles op alles zetten om de winkels te behouden, want anders wordt het voorzieningenpeil en de leefbaarheid van de hele polder aangetast. En in dat geval kan de promotie van ‘Beemster als sterk merk’ meteen van tafel.