Betaalbare volkshuisvesting staat voorop!

Reactie op de open brief van Han Hefting op 7 februari 2010

Beste Han,
Dat afstand nemen van de woningbouw in Zuidoostbeemster en dan met name van plan II, is al wat langer gaande. Dat heb je kunnen zien bij de behandeling van het bestemmingsplan Zuidoostbeemster I in het voorjaar van 2009.
Het heeft alles te maken met voortschrijdend inzicht en een heroriëntatie op het belang van goede volkshuisvesting. Beide zijn ook een gevolg van de crisis die we op dit moment doormaken en die met name grote gevolgen lijkt te hebben voor het volkshuisvestingsprogramma.
Dat voortschrijdend inzicht betekent dat we in een veel trager tempo zullen bouwen. Als ik je zelf hoor spreken over het bouwen van circa 100 woningen per jaar, dan zijn we bij een vermoedelijke start in 2012 in 2019 klaar met ZOB I. Ik wil me nu niet vastleggen op een bouwprogramma, waarvan ik vermoedelijk pas in 2018 een besluit in de vorm van een bestemmingsplan hoef te nemen, maar misschien nog wel later. Ik realiseer me dat we reeds enkele miljoenen aan investeringen hebben gedaan en we zullen daar dus te zijner tijd ook verstandige dingen mee moeten doen.
Het kan dus ook betekenen dat op basis van nieuwe studies naar nut en noodzaak, bijvoorbeeld een herijking van de woonvisie in 2016, alsdan ruimte is voor het heroverwegen van ons huidige njet. We zijn dan hopelijk de crisis voorbij en het eerste kabinet Wilders is er hopelijk nooit gekomen.
We leven nu in een tijd dat landschap en cultuurhistorie als belangrijke postmateriële waarden de ruimtelijke ordening bepalen. Dat is misschien over 8 tot 10 jaar ook anders, of het ligt door gebrek aan middelen genuanceerder. Ik voel me dus kortom vrij me wat losser op te stellen tegenover de plannen die in 2005 op de achterkant van het sigarenkistje van Hoojmaijers zijn gemaakt met de Waterlandse bouwwethouders, waaronder Jan Oelen.
Het belang van een goede volkshuisvesting heeft te maken met de zorgen die ik me maak over de uit de hand gelopen prijsontwikkeling van nieuwbouw en het gebrek aan prijstechnisch toegankelijke woningbouw. Ik wil kijken of het mogelijk is om met behulp van de corporaties weer huizen te laten bouwen die ook voor mensen met een gezamenlijk inkomen beneden de € 50.000,– weer bereikbaar zijn (en dat is nog altijd een grote groep) . Daarom ben ik ook nog steeds sociaal-democraat of lid van de orde van de zondige reformisten. Ik zie wel kansen om met corporaties tot werkbare afspraken te komen.
Politiek is omgaan met dilemma’s en daarbij keuzes maken. Het feit dat wij al veel geld in ZOB II hebben gestoken wil niet zeggen dat we daar mee door moeten gaan. Het kan uiteindelijk betekenen dat we alle belangen afwegend, misschien wel na willen denken over een beperkt vervolgprogramma, maar zoals gezegd, ik zie niet dat dit in de komende vier jaar aan de orde is. Maar je hebt een punt dat we voor de al betaalde cheques ook een dekking moeten vinden. Daar wil ik ten allen tijde over nadenken, maar ik wil me niet in een noord-zuidlijn-moeras laten trekken.
Jos Dings

Comments are closed.